
Water langer vasthouden, luidt sinds enkele jaren het devies van waterschappen en agrariërs. Door water in het buitengebied niet te snel af te voeren, hoeven grondgebruikers minder te beregenen, wordt verdroging van natuurgebieden tegengegaan en worden beken en rivieren gelijkmatiger belast. Dat is ook het uitgangspunt van het zogeheten Nieuw Limburgs Peil van Waterschap Peel en Maasvallei en Provincie Limburg. Het nieuwe waterpeil dat de belangen van de landbouw respecteert en tegelijkertijd meer kansen biedt aan natuur.
Om in de toekomst water langer vast te kunnen houden streeft waterschap Peel en Maasvallei ernaar om buisdrainages peilgestuurd aan te leggen. Dit is één van de gebiedsdekkende maatregelen die is voortgekomen uit het Nieuw Limburgs Peil. In 2018 zou alle drainage in Noord- en Midden-Limburg (inclusief bestaande drainage), peilgestuurd moeten zijn.
Naar schatting 60% van het Limburgse areaal landbouwgrond is voorzien van drainage. Bij dit systeem monden de drainbuizen uit in een open watergang en zorgen hierdoor voor een continu laag grondwaterpeil. Door het onnodige lage waterpeil treden in de zomer gemakkelijk vochttekorten op die weer aangevuld moeten worden met kunstmatige beregening. Peilgestuurde drainage heeft die nadelen niet. U kunt zelf de afwateringshoogte van het drainagesysteem afstellen en daarmee water vasthouden. Afhankelijk van het grondgebruik is dat bijvoorbeeld op 50 cm onder maaiveld voor bouwland, of op 30 cm onder maaiveld voor grasland.
Door water in het buitengebied langer vast te houden hoeft er minder te worden beregend, wordt er bespaard op bemestings- en arbeidskosten en wordt tegelijk de verdroging van natuurgebieden een halt toegeroepen. Bovendien kunnen de flora en fauna in het water profiteren van de gelijkmatige belasting van rivieren en beken. De afgelopen jaren is peilgestuurd draineren de beste methode gebleken om water vast te houden.
Daarom gaan het waterschap en de agrariërs samen alles in het werk stellen om peilgestuurd draineren tot hét systeem van de toekomst te maken. Hierbij is een goede samenwerking tussen waterschap en agrariërs erg belangrijk. Het waterschap gaat onder andere adviseren over de wijze waarop de sturing van drainages het best kan worden ingesteld. Die sturing wordt bepaald aan de hand van de hydrologische omstandigheden. Zo kan in een natte zomer beter worden gekozen voor instellingen die lager zijn dan de gebruikelijke zomerstand. Bij een droge zomer is het omgekeerde het geval. Dit onder het motto: “water vasthouden als het kan en afvoeren als het moet”. Ook adviseert het waterschap bij het aanbrengen van peilgestuurde drainage. In de meest ideale situatie krijgt tenminste 90% van het perceel van de agrariër een ontwatering die minimaal gelijk is aan, of groter dan de instelling.
Peilgestuurde drainage kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. De uitvoering en werking van de twee meest gebruikte systemen is als volgt:
Bij deze drainagevorm monden de drainagebuizen niet uit in een watergang, maar zijn deze aangesloten op een zogeheten verzameldrain. Deze verzameldrain mondt uit in een verzamelput. In deze verzamelput zit een verstelbare overstort waarmee de afwatering van de drainage actief kan worden gestuurd. Daarmee kun je er voor zorgen dat het water dat in drainagepijpen terecht komt alleen wordt afgevoerd in het vroege voorjaar; de tijd dat er zware machines het veld op moeten en waarin de planten last kunnen krijgen van te veel water. De rest van het jaar kan de overloop of uitlaat zó worden afgesteld dat het water in de buizen blijft staan en rustig de tijd krijgt om in de grond te trekken. De grond droogt dan minder snel uit.
Op onderstaande afbeelding is de constructie weergegeven:

Ook bij deze vorm van peilgestuurd draineren kan de afwatering van de drainage actief worden gestuurd. In dit geval niet met een verzamelput maar door middel van een stuwtje. De drainagebuizen monden gewoon uit in een watergang. In deze watergang staat stroomafwaarts van de uitmondingen een stuw waarmee de afwatering van de drainage kan worden gestuurd.
Op onderstaande afbeelding is de uitvoering weergegeven:

Deze vorm van peilgestuurd draineren kan niet in alle gevallen toegepast worden. Er wordt bij verzoeken om deze vorm van peilgestuurde drainage door ons onder nader gekeken naar:
De regels met betrekking tot drainages zijn vastgelegd in de Keur van Waterschap Peel en Maasvallei. Deze regels zijn onlangs flink versimpeld. Er geldt nagenoeg geen vergunningplicht meer. Er hoeft alleen maar een melding te worden gedaan. Dit is kosteloos en er hoeven geen langdurige procedures te worden doorlopen. Voor de bestaande traditionele drainage gelden andere regels dan voor de aanleg van nieuwe drainagesystemen.
Alle bestaande drainagesystemen moeten worden gemeld. Deze melding kan worden gedaan door het invullen van het “Meldingsformulier bestaande drainage”. Dit meldingsformulier kan via het menu aan de rechterzijde van deze pagina ingezien en gedownload worden.
Alle bestaande traditionele drainagesystemen moeten uiterlijk op 1 januari 2018 zijn omgebouwd tot een peilgestuurd systeem. Dit moet ook worden gemeld. Deze melding voor de aanleg van of ombouw naar een peilgestuurd drainagesysteem kan worden gedaan door middel van het invullen van het formulier “Meldingsformulier aanleg peilgestuurde drainage”. Dit meldingsformulier kan via het menu aan de rechterzijde van deze pagina ingezien en gedownload worden. Voor alle meldingen geldt dat deze kosteloos zijn en dat hiervoor geen procedure hoeft te worden doorlopen.
Als u geheel nieuwe drainage wil aanleggen dient deze peilgestuurd te worden uitgevoerd. Deze aanleg moet ook worden gemeld door middel van het “Meldingsformulier aanleg peilgestuurde drainage”. Dit meldingsformulier kan via het menu aan de rechterzijde van deze pagina ingezien en gedownload worden. De aanleg van nieuwe drainagesystemen is echter niet toegestaan in de bos- en natuurgebieden en de aangewezen nieuwe natuur.
De peilgestuurde drainagesystemen dienen te worden ingesteld conform de Algemene Regels zoals vastgelegd in de Keur. De instellingen van de peilgestuurde drainage zijn afhankelijk van het grondgebruik en bieden flexibiliteit in geval van specifieke omstandigheden. De Algemene Regels voor de instelling zijn als volgt:
Bij de instelling van het overlooppeil van de drains gelden de hieronder opgenomen normen. Het overlooppeil van de drains mag worden bijgesteld:
Bij bepaling van het overlooppeil van de drains of de grondwaterstand als hiervoor bedoeld, wordt gerekend in centimeters beneden het maaiveld van het 10% laagste deel van de direct te ontwateren grond.
Voor het overlooppeil en voor de grondwaterstand zijn in de tabel gelijke normen opgenomen. Er kunnen zich situaties voordoen als gevolg waarvan bijstelling van de overlooppeilen of verlaging van de grondwaterstand wenselijk is met het oog op het voorkomen van schade aan gewas of perceel. Onder de letters A tot en met C zijn drie potentieel voorkomende situaties benoemd waarbij dit aan de orde kan zijn:
Onder A wordt het mogelijk gemaakt om, indien de werkelijke grondwaterstand hoger is dan de in het derde lid opgenomen grondwaterstand, het overlooppeil lager in te stellen teneinde de opgenomen grondwaterstand snel te kunnen bereiken.
Onder B wordt het mogelijk gemaakt om bij een binnen een week dreigende hogere grondwaterstand het overlooppeil lager in te stellen teneinde te voorkomen dat de werkelijke grondwaterstand hoger wordt dan de opgenomen grondwaterstand.
Onder C wordt het mogelijk gemaakt om de grondwaterstand tijdelijk lager in te stellen dan de opgenomen grondwaterstand, teneinde te voorkomen dat als gevolg van noodzakelijke machinale bewerkingen op het perceel gewas- of bodemstructuurschade ontstaat.
Het verschil tussen de situaties A en B is dat in de situatie A de grondwaterstand reeds hoger is dan de opgenomen norm, terwijl dat in de situatie onder B binnen de gestelde termijn dreigt te ontstaan.
Van A en B wijkt de situatie onder C in die zin af dat (tijdelijk) een lagere grondwaterstand tot stand mag worden gebracht dan de actuele grondwaterstand (die dus een lagere kan zijn dan de opgenomen normen), zulks met het oog op het voorkomen van gewas- of bodemstructuurschade als gevolg van noodzakelijke machinale bewerkingen op het perceel.