
Waterschap Peel en Maasvallei heeft als taak om de waterkwaliteit (wat wordt geloosd?) en de waterkwantiteit (hoeveel wordt geloosd?) in ons beheergebied te controleren. De glastuinbouwsector is een sector in ontwikkeling. Het aantal en de omvang van lozingen uit deze sector nemen toe. Dit kan zowel kwalitatieve als kwantitatieve gevolgen hebben voor het oppervlaktewater.
Tijdens een controle bij een glastuinbouwbedrijf controleert de toezichthouder van het waterschap de lozingen op deze aspecten. Eventuele bepalingen uit de Keur die op het bedrijf van toepassing zijn worden eveneens gecontroleerd (bijvoorbeeld: uitstroomvoorzieningen en grondwateronttrekkingen).
In de toekomst gaan de glastuinbouwbedrijven onder de regels van het BARIM (Besluit Algemene Regels Inrichtingen Milieubeheer, ook wel Activiteitenbesluit genoemd) vallen. Het huidige Besluit glastuinbouw wordt volledig in het BARIM geïntegreerd. De vooruitzichten zijn dat deze wijziging per 1 juli 2012 in werking zal treden. Tot die tijd gelden de voorschriften uit het Besluit glastuinbouw voor een glastuinbouwbedrijf.
De belangrijkste wijziging voor glastuinbouwbedrijven is dat waar nu nog verbruiksgegevens worden gecontroleerd, dit in de toekomst emissiegegevens zullen zijn. Daarvoor worden Stikstof (N) emissienormen opgesteld. De emissienormen van proceswater gelden in eerste instantie voor de substraatbedrijven, de grondgebonden teelten volgen.
Doel van de emissieregistratie en de emissienormen is om in de toekomst te komen tot nagenoeg geen emissie. Dit is een uitvloeisel van de Europese kaderrichtlijn water waar ook ons land aan moet voldoen. De regelgeving wordt zo uitgewerkt dat deze norm in 2027 moet worden gehaald. Voor substraatbedrijven die geen emissie hebben wordt de regeldruk verminderd omdat in die gevallen geen registratie noodzakelijk is.
De grondgebonden bedrijven moeten voorlopig verbruiksgegevens blijven registreren. Deze verbruiksgegevens moeten voor 1 mei van het opvolgende jaar worden ingediend bij de centrale database van de Uitvoeringsorganisatie (UO). Het waterschap kan de aangeleverde gegevens vervolgens inzien.
In de toekomst zullen tijdens de controles de emissiecijfers gecontroleerd worden. Aan de hand van de door het bedrijf opgegeven lozingsvolume en analysegegevens kan het waterschap de emissiecijfers controleren. Bij overschrijding van de emissienorm zal het bedrijf worden opgedragen om aan de gestelde norm te gaan voldoen.
Voor meer informatie over handhaving kunt u contact opnemen met het team Handhaving van het waterschap.