
A. Besluitvormend gedeelte
1. Opening
2. Spreekrecht toehoorders
3. Vragenuurtje
4. Notulen vergadering 25 maart 2009 / bijlage 1
5. Voorjaarsnota 2009 /bijlage 1 /bijlage 2
6. Concept-Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur /bijlage
7. Jaarverslag Calamiteitenzorgsysteem 2008 / bijlage 1
8. Sluiting
B. Opiniërend gedeelte
- Op weg naar een onderzoeksplan voor het waterschap
(Toelichting de heer J. Peerboom)
- Afvoeren van maaisel (Presentatie door de heer A. van Iersel)
A. Besluitvormend gedeelte
1. Opening
De voorzitter opent de vergadering om 10.03 uur en heet iedereen welkom. Afwezig met kennisgeving zijn de heer De Lange en mevrouw Janssen. De voorzitter heet mevrouw Notermans van harte welkom. Hij is verheugd dat haar gezondheid zover hersteld is dat ze bij de vergadering aanwezig kan zijn. Omdat mevrouw Notermans tot nu toe nog geen vergadering bijwoonde, is ze nog niet beëdigd als bestuurslid. Daarom stelt de voorzitter voor haar beëdiging als punt aan de agenda toe te voegen. De voorzitter leest daartoe art. 34 van de waterschapswet voor en mevrouw Notermans legt de verklaring en belofte af.
2. Spreekrecht toehoorders
Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt
3. Vragenuurtje
De voorzitter geeft het woord aan de heer Plantema. Hij heeft een vraag ingediend voor het vragenuurtje.
De heer Plantema heeft een vraag over de “zichtbaarheid” van het waterschap over de volgende kwestie. Hij geeft aan dat hij recent een algemene informatieve vraag heeft gesteld aan het waterschap over de stand van zaken van de hernieuwde zware metaalverontreiniging in delen van de Tungelroyse beek. Het antwoord was bevredigend: het waterschap zou de klus klaren.
Sindsdien is er weinig gebeurd. Zo laat de gewenste chemische analyse van het cadmiumhoudend slib nog op zich wachten.
Het waterschap heeft wel bij wateroverlast de oevers van de beek gemaaid en het (zware metalen bevattend) maaisel afgevoerd naar een composteerder en de beek gespoeld. Daardoor is verontreinigd slib verder stroomafwaarts terecht gekomen.
Omdat actie van het waterschap uitbleef, heeft de lokale natuurclub hierover recent een open brief gestuurd naar het waterschap, pers en gemeenteraden, met het verzoek om goede communicatie en handelend optreden.
Zijn vraag is: wat is in zeer kort bestek de visie van het waterschap over deze zaak en wat zijn de concrete plannen wat betreft communicatie, maatregelen, timing en budget.
De heer Roelofs beantwoordt deze vraag namens het DB. Hij erkent dat er niet goed over de zaak is gecommuniceerd. Sinds januari zijn er echter veel acties uitgevoerd. Zo is er b.v. een onderzoeksplan vastgesteld en gefaciliteerd door het DB en zijn er sedimentenvangen aangelegd om te kijken waar de vervuiling vandaan komt, maar communicatie over deze zaken was er niet.
N.a.v. de brief van de natuurclub is er contact gelegd met de werkgroep. Morgenvroeg brengt de werkgroep een bezoek aan de beek om de stand van zaken te bekijken. De heer Roelofs zegt toe de heer Plantema op de hoogte te houden van de ontwikkelingen en de uitkomsten van de maatregelen.
De heer Plantema is tevreden met het antwoord. Het antwoord is duidelijk, het is fijn te horen dat de heer Roelofs het gesprek met de werkgroep aangaat. Hij heeft vertrouwen in de afhandeling.
4. Notulen vergadering 25 maart
De voorzitter stelt de notulen van de vergadering van 25 maart 2009 aan de orde.
· De heer van Dijck geeft aan dat op bladzijde 4, bij agendapunt 5 (informatiebeleidsplan 2008-2012) in de eerste regel bij de opsomming de Provincie is weggevallen. Dit wordt toegevoegd.
· De heer de Hoon stelt de lijst van toezeggingen en aandachtspunten aan de orde. Hem is opgevallen dat niet alle toezeggingen en aandachtspunten uit de vergaderingen opgenomen worden in de lijst. Hij vindt het belangrijk dat hier aandacht aan wordt geschonken om de uitvoering van deze punten te borgen. Als voorbeeld noemt hij een item op bladzijde 2 van de notulen: niet duidelijk is de voortgang van het overleg met de LLTB. Zo ook het item over het instellen van een bezwarencommissie.
Ook zouden alle leden van het AB schriftelijk informatie ontvangen over bestrijding van het Jacobskruiskruid (brief van de heer Classen). Niet alle AB-leden hebben deze informatie ontvangen.
De voorzitter vindt dat de heer De Hoon e.e.a. juist signaleert. De lijst van toezeggingen en aandachtspunten wordt voortaan uitgebreider bijgehouden en bovendien volgt een check op aandachtspunten uit de vergaderingen van dit jaar. Deze worden dan alsnog in de (voortschrijdende) lijst opgenomen. Een punt blijft op de lijst staan tot het definitief is afgehandeld.
De heer de Hoon kan zich vinden in deze toezeggingen.
De heer Bossenbroek vult nog aan dat het prima is als het DB eventueel punten van de lijst afvoert na afhandeling, mits dit wel zichtbaar is voor het AB. Aldus wordt afgesproken.
De lijst van toezeggingen en aandachtspunten wordt doorgenomen.
· De heer Frenken stelt punt 6 van deze lijst (heffingen binnendijkse gebieden/tariefdifferentiatie). De omschrijving moet gecorrigeerd worden: het gaat over buitendijkse gebieden. Hij is van mening dat er een uitspraak van het DB hierover zou moeten zijn alvorens de voorjaarsnota 2009 vast te stellen.
De voorzitter geeft aan dat het punt geen invloed heeft op de meerjarenraming, maar dat het vooral gaat over de onderlinge verdeling. De heer Frenken heeft gelijk dat dit nog besproken moet worden, maar het hoeft het gesprek van deze ochtend over de voorjaarsnota niet te beïnvloeden. Het onderwerp komt voor de zomer nog aan de orde.
De heer Frenken vraagt zich echter af wie er in aanmerking komt om als ‘buitendijks’ gekwalificeerd te worden. Deze kwalificatie brengt namelijk kosten met zich mee.
De voorzitter merkt op dat het voor de belastingopbrengsten (en daar gaat het bij de voorjaarsnota om) geen verschil uitmaakt of tariefdifferentiatie plaatsvindt.
De heer Frenken geeft aan dat het wel als uitgangspunt voor de begroting 2010 meegenomen moet worden.
· Punt 3 van de lijst van toezeggingen en aandachtspunten is afgewerkt.
· Punt 6 (onderdeel kostenonderzoek afvoer maaisel) is afgewerkt
· De heer Plantema vraagt om bij punt 3 (onderdeel onderzoek teeltvrije zones) een concrete datum op te nemen in plaats van ‘PM’ of het punt af te voeren. De heer Classens antwoordt dat hij uitzoekt of het punt afgevoerd kan worden. Zo niet, komt er een concrete afhandeldatum op de lijst.
De ontwerpbesluitenlijst komt aan de orde. Er zijn geen vragen of opmerkingen.
De voorzitter stelt de notulen van het adviserend deel van de vergadering van 25 maart 2009 aan de orde. Opmerkingen naar aanleiding van de notulen:
· De heer Witjes geeft aan dat hij informatie heeft ontvangen over venherstel. Mogelijk hebben meer AB-leden behoefte aan deze informatie. De voorzitter merkt op dat dit onderwerp zeker nog een keer aan de orde komt. Daarnaast zegt hij toe dat alle leden van het AB deze informatie zullen ontvangen.
· De heer Frenken informeert naar de toegang van het besloten deel van de website van de Unie van Waterschappen. Op dit deel van de website zijn diverse vergaderstukken en dossiers beschikbaar. Een instructie over de toegang tot dit deel van de website ontvangen de leden van het AB via hun WPM e-mailadres zegt de voorzitter toe.
5. Voorjaarsnota 2009
De voorzitter stelt de voorjaarsnota 2009 aan de orde als kader voor de op te stellen begroting 2010 en inventariseert wie over dit onderwerp het woord wil voeren.
Dat zijn de heren Van Dijck, De Hoon, Janssen, Clumpkens en de heer Frenken.
De voorzitter meldt dat de fractie Water Natuurlijk en de geborgde zetels namens natuurterreinen vanaf deze vergadering één fractie vormen (“Natuur”) met de heer van Dijck als fractievoorzitter. Ter gelegenheid hiervan geeft hij de heer Van Dijck als eerste het woord.
De heer van Dijck geeft aan dat de opmerkingen van het AB goed ter harte zijn genomen: vragen zijn toegelicht, voorstellen zijn meegenomen. Hij heeft enkele kanttekeningen over o.a. het rekening rekeningoverschot ontstaan in 2008, te weten € 528.000,- en de voorstellen die het DB doet om deze toe te voegen aan de reserves.
Hij licht toe dat de fractie Natuur daar anders over denkt, zeker in deze crisistijd. De fractie stelt voor om het rekeningoverschot ad. € 500.000,- te bestemmen voor bepaalde projecten b.v. het watersysteem dat de fractie graag in tijd naar voren ziet geschoven in het kader van de crisis. Het advies is om het geld dus te gebruiken en achterstanden in te halen.
Verder wil de heer Van Dijck het DB meegeven n.a.v. de voorjaarsnota om te kijken naar het belastingvolume. De fractie Natuur streeft naar een stijging van maximaal 2% in tegenstelling tot de door het DB voorgestelde verhoging van 2,5%. De heer Van Dijck vindt dat de ambities van het waterschap nog scherper gesteld moeten worden (meer doen met minder, bezien of er nog ruimte is binnen de organisatie, efficiënt werken).
De voorzitter geeft het woord aan de heer De Hoon.
De heer De Hoon vindt de voorjaarsnota een goed leesbaar document, waarvoor dank. In de vorige vergadering is de nota opiniërend en adviserend besproken. De stijging van het belastingvolume van 3,5% vond (en vindt) zijn fractie te hoog. Nu is de stijging op 2,5% bepaald voor 2010, maar in de komende jaren loopt het percentage weer op tot 4%. Hij vindt dat het tarief terug moet naar het niveau van de inflatiestijging.
Zijn fractie is van mening: kijk als waterschap naar de taken, met name naar monitoring, daar is nog iets te verdienen. Daarnaast is die mogelijkheid er bij -zoals ook in de vorige vergadering genoemd- vergunningen en handhaving, het investeringsniveau en KRW.
Laat het waterschap niet meer doen dan nodig is, zeker niet in deze (crisis)tijd.
De heer de Hoon benoemt dat zijn fractie, net als het DB, vast wil houden aan een sluitende begroting, doch de stijging van het belastingtarief mag niet meer zijn dan de stijging van het inflatiepercentage.
Het waterschap zet nu reserves in om tijd te winnen. Daarin kan deze fractie zich vinden, maar nogmaals, uiteindelijk wil men terug naar het niveau van inflatiepercentage. Dus de taken van het waterschap moeten onder de loep genomen worden. Het advies is ons strikt aan de waterschapstaken te houden. Wijken we daar van af, dan zal daar externe financiering of cofinanciering tegenover moeten staan.
Het rekeningoverschot van € 500.000 zou volgens de heer Van Dijck in projecten gestoken moeten worden in plaats van toegevoegd te worden aan de reserves. Dat vindt de heer de Hoon verwonderlijk, want we stoppen al een deel van onze reserves in de voorjaarsnota, dus op die manier komt het vanzelf terug.
De heer de Hoon benadrukt nogmaals dat zijn fractie het inflatiepercentage ziet als maximale stijging van het belastingtarief (de fractie verbindt geen vast percentage hieraan.)
De voorzitter geeft de heer Janssen het woord.
De heer Janssen: het voorstel van het DB ligt nu op 2,5% tariefverhoging. Hij kan zich vinden in de uitspraken van de heer Van Dijck over het tarief (2%), maar ook wel in de uitspraken van de heer De Hoon (inflatietarief). Hij verwacht dat het ergens in het midden uiteindelijk uitkomt.
Wat betreft de uitspraken van de heer Van Dijck, wil hij eerst het antwoord van het bestuur afwachten of het rekeningoverschot eventueel ingezet kan worden voor watersystemen, want dit leidt mogelijk tot structurele kosten. Hij spreekt daarom nog geen slotconclusie uit.
De heer Clumpkens krijgt het woord van de voorzitter. Hij geeft aan dat hij in de vorige vergadering heeft opgemerkt dat de belastingtoename gelijk aan het inflatieniveau zou moeten zijn, al is dat percentage op dit moment moeilijk vast te stellen. Kijkend naar de Cao’s, zo merkt hij op, zien we daar verhogingen van 1,8%. Het voorstel van zijn fractie is een verhoging van 1,5%, dus iets onder het niveau de salarisverhogingen omdat het z.i. niet passend is om mensen de salaristoevoeging a.h.w. weer af te romen.
De voorjaarsnota zou hij graag op enkele punten aangepast zien, hij mist inzicht in de ambitie. Het DB kan deze ambitie zelf bepalen. Hij stelt namens zijn fractie voor het overschot in elk geval in te zetten voor extra werken (keus voor welke werken is aan het DB), maar ook alle werken die gepland zijn uit te voeren (niet een nieuw overschot creëren door nieuwe werken niet uit te voeren). Een andere optie is het bedrag van € 500.000, - in te zetten voor het inlopen van de vertraging bij de reconstructie.
De voorzitter geeft het woord aan de heer Frenken. De heer Frenken geeft het DB een compliment voor het korte en heldere voorstel dat is gepresenteerd. De nota is overzichtelijk en geformuleerd op hoofdlijnen z.i.
De heer Frenken geeft aan dat de inwoners van ons werkgebied voelen dat er een crisis is, in dat opzicht sluit hij zich aan bij vorige sprekers. Daarom is het aan de ene kant belangrijk om pas op de plaats te maken, maar toch moet het waterschap ook vooruit, de blik op de toekomst richten.
Zijn fractie sluit zich aan bij de visie van de heer Clumpkens over het tarief: 1,5% verhoging.
Volgens zijn fractie is dit gerechtvaardigd omdat het DB nu werkt met portefeuillehouders. De bedoeling hiervan is om de efficiency te verhogen.
Het waterschap heeft een overschot op de jaarrekening 2008 van €500.000, -, maar eigenlijk, zo redeneert de heer Frenken, was dat € 1.100.000, -, want € 600.000, - wordt structureel bijgeschreven als voorschot op de jaarrekening.
Zijn fractie is van mening dat het overschot ingezet zou moeten worden voor nieuwe werken, voor extra werken. Het waterschap heeft immers een groot eigen vermogen en ruime reserves. Een groot gedeelte van dat geld is echter al uitgegeven. Vijf miljoen is reeds beschikbaar voor nieuwe werken. Hij vindt het daarom gerechtvaardigd om € 500.000, - extra in de begroting op te nemen voor nieuwe werken en/of werken in tijd naar voor halen en capaciteitsuitbreiding. Dat laatste omdat hem signalen bereiken dat bepaalde projecten langer duren t.g.v. te weinig capaciteit in huis. Dit knelpunt moet worden opgelost.
Verder wenst de fractie van de heer Frenken dat er meer voorlichting wordt gegeven. Er zijn al watercafé’s voor de landbouw georganiseerd, die zou men ook graag voor de burgers zien. Een concreet voorstel hierover in de begroting ziet de fractie graag tegemoet.
Daarnaast stelt hij het DB voor een voorstel uit te werken voor de begroting hoe om te gaan met tariefdifferentiatie van woningen en bedrijven buitendijks en in beeld te brengen wat een inventarisatie hiervoor kost. Het AB kan dan een besluit nemen hierover.
Verder reageert de heer Frenken nog kort op de uitspraken van de heer De Hoon: “de heer De Hoon wil nog minder dan wat ik wil”. Hij meende te begrijpen dat de heer De Hoon in feite zei ‘voor minder water minder geld’. Dat is volgens hem in strijd met de verkiezingsslogan van die fractie (‘meer water voor minder geld’).
De heer De Hoon merkt op dat hij dat niet heeft gezegd. De heer Frenken legt uit dat hij meende te horen dat de reactie van de heer De Hoon op de uitspraken van de heer Van Dijck was: ‘we zijn er geen voorstander van om extra werken uit te voeren”.
De heer Hermans vraagt aan de heer Frenken op welke projecten hij doelt als hij spreekt over het inzetten van het rekeningoverschot voor projecten die langer duren.
De heer Frenken antwoordt dat hij afgelopen maandag naar een voorlichtingsbijeenkomst is geweest in Leveroy over het project Tungelroyse beek fase III en IV. Dit project was al gestart in de tijd dat hij als toenmalig bestuurslid van de LLTB in gesprek was met de gebiedscommissie (2005). Dit project is dus nu pas concreet. Het waterschap moet slagvaardiger worden en dat kost geld en personele inzet. Naar zijn mening ontbreekt het op dit moment aan de personele capaciteit.
De heer De Hoon vraagt zich af waar het waterschap dat geld vandaag moet halen gezien de druk die op ons rust.
De voorzitter meent dat de heer Kersten als portefeuillehouder financiën mogelijk wat duidelijkheid kan brengen door een toelichting. Verdere reacties zijn welkom in een tweede termijn.
De heer Kersten: als ik deze eerste termijn hoor na de opiniërende vergadering van de vorige keer, stel ik met genoegen vast dat wat we in de voorjaarsnota hebben vastgelegd een goede vertaling is van het besprokene in de vorige vergadering.
De punten waar we mogelijk nog van mening verschillen, diepen we verder uit. Hier gaan we goed en zakelijk mee om.
In het algemeen constateer ik een grote discrepantie. Die tegenstelling zit in het feit dat het AB aan de ene kant vindt dat het tarief omlaag moet (niveau inflatie of lager) en aan de andere kant zouden de investeringen omhoog moeten.
De vraag is waar we die middelen vandaan halen? Krimp in de personele bezetting bij de huidige omvang van taken is niet meer aan de orde is de mening van het DB.
Het is aan het bestuur om prioriteiten te stellen.
De heer Kersten gaat in op de vragen van de AB-leden:
Als de heer Frenken stelt dat we extra moeten investeren en daarvoor het rekeningoverschot in te zetten, dan financieren we structurele zaken met tijdelijke middelen. In het verleden is afgesproken dat dit niet wenselijk is.
Laten we het rekeningsaldo naar de bestemmingsreserve brengen en daarmee doen wat we samen hebben afgesproken tijdens de laatste begrotingsbehandeling. En zoals afgesproken in de vorige opiniërende vergadering: we zullen de tarieven maximaal reduceren. Het is immers niet de taak van het waterschap om reserves op te bouwen.
We hoeven geen extra potje te vormen voor nieuwe werken. Voor 2009 is daar 5 miljoen voor beschikbaar. Mocht dat bedrag ontoereikend zijn, komt het DB bij u terug. Extra geld reserveren voor nieuwe werken zet opnieuw druk op het tarief.
We zetten nu in op 2%, dat is gebaseerd op deels bekende kosten (personeel, onderhoud). Dat halve procent extra hebben we nodig voor investeringen n.a.v. contracten die we zijn aangegaan met Provincie en andere overheden.
De speelruimte is echter helaas beperkt.
In de voorjaarsnota worden een aantal aspecten benoemd waarover overleg mogelijk is (verplichte en gewenste taken).
Daarmee heb ik tegelijkertijd antwoord gegeven aan de heer Janssen. We moeten ons realiseren dat de afspraken die we in ons meerjarenprogramma hebben opgenomen, leiden tot een plus op de inflatie. Als we dat niet willen, moeten we samen afspreken wat we achterwege willen laten. Het is niet reëel om te zeggen dat hetzelfde werk door minder mensen gedaan moet worden. Dan moeten we afspraken maken over welke zaken we schrappen.
De heer De Hoon gaf aan dat hij 3,5% verhoging te hoog vond. Het DB heeft nu een nieuwe voorzet gegeven met 2,5%. Geluisterd naar discussie vorige vergadering dan zou je meer halen uit bestemmingsreserves. Na vaststelling door de accountant wordt immers €500.000, - hieraan toegevoegd. De sluitende begroting blijft een hard uitgangspunt van het DB.
De heer Kersten reageert ook op de heer Frenken over hoe om te gaan met de tariefdifferentiatie buitendijks. Een notitie hierover met de omvang en consequenties volgt (dat is in de vorige vergadering toegezegd) zodat bij de begrotingsbehandeling een definitief besluit genomen kan worden over deze kwestie.
De komende maanden bespreken we samen nog zaken uit de voorjaarsnota. Het DB spant zich zeer in om het tarief zo laag mogelijk te houden, maar als het algemeen bestuur ons vastlegt op het inflatiepercentage of lager (met de realisering van vijf miljoen investeringen), dan stelt het ons voor een onmogelijke opgave. Er zou dan teveel gesneden moeten worden in plannen.
Hij herinnert het AB eraan dat voor het automatiseringstraject nog geen structurele dekking gevonden is, hier moeten we ook nog uitkomsten voor zoeken.
Samenvattend: verder bezuinigen op personeel is niet aan de orde. De taken zoals het waterschap die nu uitvoert, houden we graag aan. Wat het tarief betreft, we stellen het nu op 2,5%. Misschien kan dat bijgesteld worden naar beneden, maar daar doe ik nu geen toezeggingen over. Dat halve procent extra heeft het waterschap nodig voor investeringen. Wel wil het DB nog kijken hoe om te gaan met het uitvoeren van verplichte nummers.
Hij geeft het woord terug aan de voorzitter.
De voorzitter merkt op dat de discussie zich dus toespitst op de stijging van het tarief. Het inflatiepercentage ligt laag; het tarief 0,5% meer verhogen dan dat percentage is nodig om de geplande investeringen van het waterschap te doen.
Het tweede punt van discussie betreft het al dan niet extra investeren t.l.v. het overschot van de rekening 2008. Investeringen financieren met het overschot past niet in de systematiek van het waterschap. Daarom is het beter het bedrag eerst toe te voegen aan de reserves, dan kunnen we die inzetten voor het op termijn sluitend krijgen van de begroting. Dit is dus de lijn waar het DB aan vasthoudt.
De tweede termijn start. De voorzitter geeft het woord aan de heer Van Dijck.
Hij beaamt dat er spanning bestaat tussen de doelstellingen van het DB en de visie van het AB (reductie van het tarief bij een stijging van de investeringen naast de geplande 5 miljoen). De heer Kersten geeft wel aan dat het DB terugkomt bij het AB mochten deze 5 miljoen ontoereikend blijken, maar we hebben dit jaar wel te maken met een crisis en ook met het verzoek van de Unie van Waterschappen die gevraagd heeft aan alle waterschappen om in dat kader te bekijken welke investeringen vooruit gehaald kunnen worden. En we hebben te maken met een waterschap dat een overschot heeft van €528.000, - op de jaarrekening en de keus heeft tussen toevoeging aan de reserves of een andere bestemming vinden voor dit bedrag.
Deze fractie wil graag taken in tijd naar voren halen. Daarbij is het niet de bedoeling om de bestaande capaciteit aan menskracht verder onder druk zetten. Het voorstel van zijn fractie was om tijdelijk extra capaciteit in te huren, zodat het geen structurele kosten zijn maar tijdelijke kosten. Zo kan het waterschap toch investeringen naar voren halen en het is een verhaal dat de burger ook goed begrijpt. Op deze manier laten we de reserves niet oplopen, leveren we tevens een aandeel in de crisisbestrijding en voeren we onze taken efficiënter uit.
Hij verzoekt het DB op basis van deze argumenten deze visie toch in heroverweging te nemen.
De heer De Hoon krijgt het woord van de voorzitter. De heer De Hoon dankt de heer Kersten voor zijn toelichting. Zijn fractie heeft begrip dat er 0,5% extra tariefstijging nodig is t.b.v. de investeringen.
Aan de andere kant zegt zijn fractie: ‘verdien het maar in’. Kijk nog eens naar monitoring en vergunning en handhaving. Bij de investeringen zijn wellicht minder mogelijkheden; het is toch goed om als waterschap ambitie te blijven tonen.
De heer De Hoon is dus van mening dat het waterschap nog een stap terug kan doen.
Als het rekeningoverschot besteed moet worden, is naar zijn idee de aankoop van grond een goede investering. Grond houdt immers zijn waarde en ook aan de reconstructie kan wellicht sneller invulling worden gegeven door aankoop van gronden.
De heer Janssen vond het antwoord van de heer Kersten helder. Hij houdt echter vast aan verhoging van het tarief met maximaal het inflatiepercentage en geen opslag op dit percentage.
De heer Clumpkens geeft aan dat de uitspraken van de heer Kersten duidelijk waren. Hij hoort in diens verhaal echter niets terug over ambitie en efficiencyverhoging. Hij verwacht van het waterschap dat het –net als het bedrijfsleven- met dezelfde mensen en middelen méér moeten doen. Hij heeft begrip voor de toeslag van 0,5%, maar de hoofdzaak blijft het opvoeren van de efficiency. Dat komt voor zijn gevoel te weinig naar voren in het standpunt van het DB.
De grondaankopen met het rekeningoverschot zoals de heer De Hoon noemde, vindt de heer Clumpkens een goede zaak en een mooi alternatief voor toevoeging aan de reserves.
De heer Frenken krijgt het woord van de voorzitter. De heer Frenken geeft aan dat de burger ziet dat hij meer moet betalen. Het waterschap heeft echter (wettelijke) verplichtingen aan derden (Rijk, Provincie) en het kostenplaatje is de rode draad in al deze aspecten. In de vorige bestuursperiode heeft de heer Dupont volgens hem aangehaald dat mensen komend jaar een aanslag krijgen die is gebaseerd op de woz-waarde. Deze waarde gaat nog uit van een prijsstijging van de huizen, terwijl de huizenprijzen juist dalen in de toekomst. Met dit dilemma hebben we nu ook te maken. Hij maakt zich zorgen dat het waterschap meer gelden int vanwege de woz-indexering. Daarom is volgens zijn fractie een beperkte tariefstijging geoorloofd.
Het is jammer dat dit niet inzichtelijk is in de voorjaarsnota.
Verder sluit de heer Frenken zich deels aan bij de heer Clumpkens. Ambitie en efficiency zijn van groot belang; het portefeuillehoudermodel kan hier steun bieden, net als de inzet van gebiedscoördinatoren. Hanteer de stofkam daarom zo vaak als nodig.
Verhogen met een half procent boven het inflatiepercentage is voorlopig aanvaardbaar voor zijn fractie om nieuwe werken mee uit te voeren. Wel verwacht zijn fractie daarvoor dan een gedegen onderbouwing. Dan kan bij de begrotingsbehandeling een definitief besluit genomen worden over het percentage.
De voorzitter bedankt de sprekers. Voor een deel, zo zegt hij, was deze tweede termijn een herhaling van standpunten.
Hij denkt dat iedereen het er mee eens is dat de te innen belastingsom van komend jaar het item is waar het om gaat. Dit hangt overigens niet van de woz-waarde af, want dat wordt gecorrigeerd. De vraag is het inflatiepercentage al dan niet te verhogen met een half procent en extra investeringen ja of nee (uit rekeningoverschot, dus bovenop de geplande vijf miljoen voor investeringen in de watersystemen). De heer Frenken gaf wat ruimte aan het DB met zijn verzoek om een toelichting over de verhoging van het inflatiepercentage in de begroting.
Samen met de toezegging van het toepassen van efficiencymaatregelen zou men er samen uit moeten komen, aldus de voorzitter.
De heer Kersten geeft aan dat men er samen zeker uitkomt zolang men goed naar elkaar luistert en ook belangstelling heeft voor de diepere achtergronden van visies.
Hij doelt daarbij bijvoorbeeld op de mening van de heer Clumpkens die uit het bedrijfsleven komt waar in moeilijke tijden oplossingen gezocht worden in kostenbesparende efficiency. Dat onderschrijft het bestuur van harte.
Het DB zou echter een verkeerd beeld geven als we toezeggen dat we het redden met alleen efficiënter werken met dezelfde mensen, maar er is zeker aandacht voor dit onderwerp.
Hij komt nog terug op eventuele grondaankopen. Grondaankopen gaan niet ten koste van de begroting, er zijn daarvoor reeds bedragen gepland in de diverse projecten.
Wat betreft de onderbouwing van een half procent boven het inflatiepercentage: dit is al goed onderbouwd.
De besteding van het bedrag van €500.000, - staat ter discussie. Het is belangrijk hierbij ook rekening te houden met de verplichtingen die anderen aan ons stellen.
De heer Janssen houdt vast aan geen opslag op het inflatiepercentage. Dat betekent dat we zouden moeten prioriteren. Het zou betekenen dat we gigantisch moeten bezuinigingen of we moeten in staat zijn om met de huidige ambtelijke organisatie meer te presteren. Maar dat is niet realistisch en dat doet geen recht aan de slagen die de laatste tijd gemaakt zijn.
De heer Kersten confronteert de heer Van Dijck nogmaals met het dilemma: reductie in tarief bij een verhoging van investeringen. Mocht er behoefte zijn aan investeringen, dan hebben we in principe daar ook een budget voor.
Hij geeft aan dat ook consistentie en vertrouwen ook een goed signaal zijn om door deze crisis heen te komen.
Hij zegt toe dat het DB kritisch deze kwestie bekijkt en die kritische blik vertaalt zich in een tarief, maar niettemin is dat half procent (op basis van de vijf miljoen aan investeringen) bovenop het inflatieniveau voor het DB een hard gegeven.
Er zijn nog enkele onzekerheden in de voorjaarsnota, maar die zullen we zeker nog wegnemen.
De heer Frenken vraagt het woord.
De voorzitter merkt op dat dit eigenlijk een derde termijn zou zijn en dat is niet toegestaan volgens het reglement van orde, maar geeft hem toch het woord.
De heer Frenken merkt op dat de heer Kersten mooi het woord heeft gevoerd, het is prettig dat de heer Clumpkens en hijzelf ook voor een deel gelijk krijgen. Maar de heer Clumpkens en hijzelf wensen in feite verlaging van de kostprijs en daar komt het DB niet of te weinig aan tegemoet.
De heer Kersten reageert dat de overheid gehouden is een aantal taken uit te voeren waarvoor we de middelen bij de burgers moeten halen. Anderen bepalen dus wat het waterschap moet doen. Onze inspanningen zijn erop gericht om ruimte te minimaliseren. Ambitie vertaal je heel vaak in kosten.
Volgens de heer Clumpkens kun je ambitie ook vertalen in efficiency. Daar komen we nog over te spreken in de komende periode. Een openbaar bestuur heeft nu eenmaal een andere positie als het bedrijfsleven.
De voorzitter merkt op dat een overheid vaak denkt in kosten, het bedrijfsleven denkt in baten. De samenleving verwacht echter iets van het waterschap, zo ook de achterban van de bestuursleden, namelijk het goed uitvoeren van onze taken. Dat is onze ambitie. Ambitie is dus eigen: willen we een goed waterschap zijn, dan moet dat met minimale kosten.
De heer Kersten benadrukt dat het bestuur moet spreken over zaken die het bestuur aangaan (salarissen van ambtenaren zijn niet meer dan een gegeven voor het bestuur bijvoorbeeld).
De voorzitter geeft nogmaals aan dat het DB vasthoudt aan inflatiepercentage (dit is overigens nog niet bekend) plus 0,5%, onderbouwd met zorgvuldige argumenten.
Op dit moment zegt het bestuur nog niet toe of ze het investeringsniveau gaan verhogen. In juli nemen we een beslissing over het rekeningoverschot, dan zijn de jaarcijfers definitief bekend. Dat discussiepunt komt dan terug.
Het DB is voorstander van ambitie in de zin van het goed uitvoeren van taken en zet zich in voor een toename van de efficiency om kosten te blijven beperken.
Er zijn de komende maanden nog voldoende mogelijkheden om te toetsen of het DB voldoet aan deze uitgangspunten.
De heer Clumpkens meldt nog dat als hij spreekt over ambitie verhogen, hij doelt op slimmer en anders werken, niet meer inspanning leveren.
De heer van Dijck verzoekt om een schorsing van 10 minuten alvorens tot stemming over de voorjaarsnota over te gaan.
De voorzitter honoreert zijn verzoek en schorst om 11.10 uur voor 10 minuten de vergadering.
Om 11.20 uur wordt de vergadering hervat.
De voorzitter vraagt of de vergadering akkoord kan gaan met voorjaarsnota met de toezegging van het DB om hun uiterste best te doen om de inflatie plus 0,5% te handhaven. Dat is op zichzelf al een zware opgave. Er volgt een goede onderbouwing van deze 0,5%.
Over een eventuele verhoging van het investeringsniveau voor watersystemen met €500.000, - wordt nog geen beslissing genomen.
De beslissing over het rekeningoverschot van € 500.000,- wordt niet opgenomen in de voorjaarsnota.
Verder is het waterschap vrij actief qua grondaankoop. Dit item is naar voren gehaald. Zodra we besloten hebben met een project aan de slag te gaan, wordt grond verworven. Grondaankopen blijven echter buiten de exploitatie.
De voorzitter stelt voor om nu tot stemming over te gaan over de voorjaarsnota.
De heer van Dijck geeft aan dat gezien het feit dat besluit over besteding van het rekeningoverschot nog uitgesteld wordt, de fractie akkoord zal gaan met verhoging van inflatiepercentage plus 0,5%, maar ook niet meer dan dat.
De heer De Hoon geeft aan dat zijn fractie ook akkoord is onder handhaving van de eerder gemaakte opmerkingen. Zijn fractie is zich er van bewust dat het ICT-project veel geld kost, dus eventuele besparingen zouden daartegen weer weg kunnen vallen.
Zijn fractie gaat er van uit dat alle mogelijkheden benut worden om zo dicht mogelijk bij het inflatiepercentage te blijven, met dien verstande dat er in de fractie begrip is voor de extra 0,5% verhoging.
De heer Janssen sluit zich aan bij de woorden van de heer De Hoon. Hij is tevreden met het feit dat het DB rekenschap af zal leggen. Hij is akkoord met het voorstel.
De heer Clumpkens geeft aan dat zijn fractie akkoord is met het voorstel (mits goed onderbouwd).
De heer Frenken geeft aan dat zijn fractie akkoord gaat. Hij wil de bestemming van het rekeningsaldo graag voorbehouden aan het AB.
De voorzitter geeft het woord aan de heer Kersten.
De heer Kersten reageert nog op de opmerking van de heer Frenken. Het AB heeft altijd het laatste woord, maar het DB doet zoals gebruikelijk een voorstel voor de bestemming van het rekeningsaldo.
Hij geeft aan dat we met dit tarief ook de achterstanden in heffingen wegwerken.
Hij is blij met het draagvlak voor het voorstel.
De voorzitter concludeert dat de voorjaarsnota met algemene stemmen is aanvaard; er ligt een mooie opdracht voor het DB.
6. Concept-reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur
De voorzitter deelt mede dat het concept reglement van orde in een eerdere vergadering aan de orde was en dat het onlangs met de fractievoorzitters is besproken.
In het overleg met de fractievoorzitters is ook de vorm van de AB-vergaderingen geëvalueerd. Er blijkt een groot verschil van waarneming en beleving hierover tussen ‘oude’ bestuursleden en nieuwe bestuursleden. Dat is ook logisch, voor de oude bestuursleden is er soms sprake van een herhaling van zetten.
De commissievergaderingen worden gemist vanwege de informele setting en de aanwezigheid van deskundige ambtenaren om zaken toe te lichten. De consequentie van het herinvoeren van commissievergaderingen is, dat men de helft van de vergaderingen –en dus een brede oriëntatie en de mogelijkheid om mee te praten en te oordelen- mist vanwege de verdeling van de AB-leden over twee commissies.
Vooralsnog wordt de huidige lijn voortgezet tot de vakantieperiode, waarbij we zoeken naar de beste vorm. We leggen de lijn voor na de vakantie nog niet definitief vast.
De heer De Hoon doet de suggestie om de huidige lijn vast te houden tot de behandeling van de begroting 2010 (najaar).
De voorzitter stemt hiermee in. Na de zomervakantie kan het overleg hierover opnieuw gestart worden, het heeft geen haast.
Wat betreft het reglement van orde. Men kan zich vinden in het reglement, maar het overleg heeft ertoe geleid dat de rondvraag opnieuw wordt ingevoerd met ingang van de volgende vergadering (dit hoeft niet geregeld te worden in het reglement van orde; was vroeger ook niet vastgelegd).
De keerzijde is dat er nu drie opties zijn om vragen te stellen door AB-leden: schriftelijk, d.m.v. het vragenuurtje of in de rondvraag. Het is goed dat deze instrumenten er zijn, maar de voorzitter verzoekt iedereen hier gepast en functioneel mee om te gaan. Dat is ook het beroep van de fractievoorzitters op de bestuursleden, anders wordt er erg veel tijd aan het beantwoorden van vragen besteed.
Het AB besluit conform het voorstel over het concept reglement van orde.
De heer Van Iersel stelt nog voor om het vragenuurtje aan het einde van de reguliere vergadering te houden (bij de rondvraag) uit praktische overwegingen.
De voorzitter vindt dit een goede suggestie en stemt hiermee in.
De heer Lemmen merkt op dat is opgenomen dat artikel 50 in werking treedt op 5 maart 2009 en is vastgesteld op 4 maart 2009.
De voorzitter geeft hem gelijk onder dankzegging voor zijn opmerkzaamheid. De data worden aangepast (vastgesteld op 22 april 2009, inwerkingtreding 23 april 2009).
7. Jaarverslag calamiteitenzorgsysteem 2008
Het bestuur neemt kennis van het jaarverslag en stemt in met het voorstel. Dit onderwerp kan later nog een keer extra aandacht krijgen.
De heer Frenken maakt van de gelegenheid gebruik om het waterschap een compliment te maken over hun optreden bij het incident bij de Roggelsebeek (herstel keerwanden).
8. Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering om 11.35 uur.
B. Opiniërend gedeelte
“op weg naar een onderzoeksplan voor het waterschap"
1. Onderzoeken of er op bepaalde gebieden door verschillende instanties meerdere
(dubbele) metingen worden gedaan met hetzelfde doel( bijv afrekenen
wateraanvoer) Hiervoor samenwerking zoeken.
2. Aangeven in de uitwerking van het onderzoeksplan wat met de gegevens wordt gedaan.
3. Onderzoeksvragen moeten gestuurd zijn vanuit de uitvoering.
4. Derden die onze diensten willen afnemen moeten hiervoor betalen. Wees zakelijk.
5. Innovatie en ambitie bekostigen uit de opbrengsten.
6. Profileer je meer als kennisautoriteit water.
“Afvoeren maaisel”
1. Wat ligt er al aan gegevens en rapporten om de vraag te beantwoorden of het wenselijk is om
maaisel af te voeren (met name kijken naar pilot Brabant).
2. Nagaan hoe relevant het afvoeren is voor ons waterschap.
3. Wat zou de gewenste uitvoeringsstrategie kunnen zijn en wat gaat dat kosten?
4. Wat zijn de beste methodes en welke plekken in ons gebied komen daarvoor in aanmerking?