Besluitvormende vergadering
1. Opening
2. Spreekrecht toehoorders
3. Vragenuurtje
4. Stukken ter kennisname en mededelingen
5. Vaststelling notulen vergaderingen
6. Bestuursprogramma 2009-2012
7. Verordening voorzieningen bestuursleden 2009
8. Sluiting
Opinierende vergadering
1. Ter kennisname
2. Informatiebeleidsplan
3. Samenwerkingsverband tussen Waterschapsbedrijf LImburg en gemeente Roermond op terrein van waterketenbeheer
4. Beheerplan waterkeringen
A. BESLUITVORMENDE VERGADERING
1. Opening.
2. Spreekrecht toehoorders.
Hiervan wordt geen gebruik gemaakt.
Over de procedure zijn vragen gesteld door de leden De Hoon en Frenken. Vragen en antwoorden zijn onderstaand opgenomen:
- Vraag: aandacht voor het feit, dat het vooraf indienen van vragen ten koste van de spontaniteit en actualiteit gaat. Is dit in het Reglement van orde te ondervangen?
- Antwoord: wordt meegenomen in een volgende vergadering, bij de behandeling van het Reglement van orde.
- Vraag: is het mogelijk om via internet in bepaalde delen van het waterschapsarchief te kijken, waardoor men zelf antwoorden kan zoeken op vragen?
- Antwoord: het waterschap heeft thans nog geen bestuurlijk informatiesysteem.
- Vraag: is het mogelijk om afspraken te borgen, zodat gezien kan worden wat er is gebeurd met de aandachtspunten op de lijst van toezeggingen?
- Antwoord: oude zaken zijn af. Voor nieuwe aandachtspunten zal de lijst anders worden ingedeeld, zodat meer inzicht mogelijk is.
- Vraag: is het mogelijk om de schriftelijke vragen ook naar de overige AB-leden te zenden?
- Antwoord: Het DB zal de vragen niet doorsturen; iedere vragensteller kan zelf de vragen per e- mail doorsturen. Overigens hoeven vragen niet “opgespaard” te worden tot kort voor een vergadering.
- De heer Stelder vraagt of het mogelijk is om alsnog een uiterste poging te doen om de burgers –op eenvoudige wijze- te informeren over de wijziging van het belastingstelsel? De tariefwijzigingen hebben tot enige “turbulentie” geleid, de individuele brief is onvoldoende geschreven naar de doelgroep; het opvolgen van een verwijzing naar de website levert achterhaalde verordeningen op.
- Antwoord: zie antwoord op onderstaande vraag 5 van de heer Bartels.
Volgens de procedure zijn de volgende vragen en antwoorden aan de orde gesteld:
1. Vraag O. Plantema: Korte stand van zaken vervuiling Tungelroyse beek.
Ik heb de recente verslagen gezien, en merk, dat er nog wat moet gebeuren, wil oorzaak van zwarte slib en de zwarte aanslag duidelijk worden.
Antwoord door S. Roelofs:
Waterschap De Dommel heeft een zeer scherpe vergunning verleend waaraan het bedrijf Nyrstar nagenoeg steeds aan kan voldoen. De handhaving van de Dommel is ook zoals wij dat zelf zouden doen als toezichthouder. Nyrstar doet nog steeds mee in het lopende onderzoek, zowel inhoudelijk, materieel/faciliterend en financieel.
De problematiek is hardnekkiger en moeilijker dan aanvankelijk aangenomen. Zelfs gespecialiseerde bureaus die door ABdK zijn voorgedragen (TNO/Deltares en TAUW) hebben de verklaring niet direct kunnen aanleveren. Een goede identificatie van de zwarte aanslag is eerst nodig om een stap in de richting van het ontstaansproces te kunnen zetten. Dit vereist een gespecialiseerde bemonsterings- en analysetechniek. Ook is onduidelijk of de op dit moment door allerlei partijen (WPM, WDD, Nyrstar, ABdK) gemeten milieuomstandigheden (oppervlaktewater, grondwater, slib, aanslag), zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende nauwkeurig zijn om te kunnen fine-tunen op een aantal hypotheses.
Overigens is ook de milieubeweging bij dit proces betrokken.
2. Vraag O. Plantema: Teeltvrije zones langs sloten: Onderzoek WPM de afgelopen jaren is niet bevredigend gelopen, dat is jammer, vraag blijft: wat zijn de opties voor WPM (incl andere overheden) om N&P aan te pakken in kader KRW.
Antwoord J. Classens: Momenteel varen we voor N&P uit de landbouw de koers van generiek beleid. Dit betekent dat de Nitraatrichtlijn, het meststoffenbesluit met als leidraad de KRW ervoor moeten zorgen dat er minder N&P in het oppervlaktewater terechtkomt. In de stroomgebiedsbeheerplannen zijn geen landbouwmaatregelen opgenomen. Er lopen momenteel velerlei projecten/onderzoeken om de af- en uitspoeling van N&P te beperken.
Landelijke onderzoeken:
· Innovatieprogramma: hierin is subsidie verleend voor projecten die innovatief zijn en kosteneffectief lijken om de KRW doelstellingen te halen. Hier zitten veel projecten in die de N&P af- uitspoeling naar oppervlaktewater moeten beperken. Denk hierbij aan optimalisatie mestgift, akkers vlak leggen, voorkomen oppervlakkige maaiveldafvoer etc. maar ook aanpak overstorten. Eén project krijgt zelfs een pilotgebied in WPMgebied. WPM is dan ook partner in dit project. De trekker is Alterra.
· ex-ante evaluatie: waarbij gekeken is naar de bijdrage van de bestaande en mogelijke aanvullende mestmaatregelen op het bereiken van de KRW-doelen. Het project geeft inzicht in de bijdrage van het mestbeleid, regionale KRW-maatregelenpakket en aanvullend pakket van maatregelen aan de realisatie van KRW doelen. Het mogelijk resterende gat ten opzichte van de normstelling voor N&P. WPM heeft geen landbouwmaatregelen meegenomen in het stroomgebiedsbeheerplan.
Onderzoeken/projecten in WPM gebied:
· Samengestelde drainage: niet het systeem op zich maar inclusief alle randvoorwaarden (dempen van slootjes en beperken oppervlakkige maaiveldafvoer) zorgen waarschijnlijk voor reductie van N&P.
· Proefproject Eeuwselseloop: onderzoek naar kosteneffectieve fosfaatreducerende maatregelen.
· Gebiedsanalyse waterkwaliteit. Onderzoek waarin we de probleemstoffen voor WPM definiëren en kijken wat de specifieke bronnen zijn. Op basis van deze gebiedsanalyse kunnen we een plan van aanpak opstellen met hierin de speerpunten van WPM.
· De provincie Limburg is bezig met het opstellen van een beleidskader fosfaat om met een kosteneffectieve inzet van middelen de fosfaatbelasting vanuit het landelijk gebied in Noord- en Midden Limburg terug te dringen met het oog op de waterkwaliteitsdoelstelling van de KRW. WPM is gevraagd input te leveren.
Opties:
· Beleid binnen WPM gebied is gelijk aan generiek beleid.
· Er wordt momenteel veel onderzoek verricht (in breed verband, waar in gevallen ook WPM bij betrokken is) naar de meest kosteneffectieve maatregelen om N P verder terug te dringen. Aansluiting zoeken bij deze onderzoeken wordt nu ook al veel gedaan. Handelen naar de uitkomsten van deze onderzoeken. Wat is relevant voor ons en is dit toepasbaar.
· Zelf behoefte aan onderzoek/uitvoeringsproject definiëren. Zou dan wel insteken op specifieke WPM problemen en voorkeur voor duurzame oplossingen.
· Winst zit waarschijnlijk momenteel in het inzichtelijk maken van het probleem in ons gebied. De Gebiedsanalyse kan hiervoor een hulpmiddel zijn. Communiceren vanuit WPM naar de doelgroepen en aangeven wat de problemen zijn en hoe (door desbetreffende doelgroep) een bijdrage geleverd kan worden aan de reductie van deze problemen.
3. Vraag Ph. Bossenbroek: Drainageregels.
In Nieuwe Oogst 7 februari 2009 kwam ik het bericht tegen dat de LLTB met het Waterschap in overleg is getreden om te bekijken in hoeverre aan de bezwaren van bezwarenmakers tegen de inmiddels geldende drainageregels tegemoet gekomen kan worden. Graag zou ik geïnformeerd willen worden over de aard, de conclusies en de afspraken die in dat overleg zijn gemaakt.
Antwoord J. Classens: Er is overleg geweest met de LLTB over de onderwerpen:
1. Financiële regeling voor ombouw.
2. Onderzoek functioneren peilgestuurde drainage, meerwerken aan proefprojecten.
Antwoorden zijn als volgt:
ad 1. Waterschap draagt niet bij aan een financiële stimuleringsregeling. Provincie mogelijk met ILG gelden, echter dat is beperkt tot directe omgeving van natuurgebieden en binnen Integrale projecten. Het waterschap zal niet extra inzet richting provincie plegen om de provincie te bewegen subsidie breed in te gaan zetten.
ad 2. Deze trajecten lopen reeds en het waterschap zal hier positief aan mee blijven werken.
4. Vraag Ph. Bossenbroek: Watercafé Roggel
Het onlangs in Roggel gehouden watercafé was een redelijk bezochte informatieve bijeenkomst, die door de medewerkers van het waterschap op een uitstekende wijze vorm is gegeven. Mede gezien het grote aantal aanwezige waterschappers kon in de meeste gevallen op deskundige wijze gereageerd worden op vragen uit de zaal. Dat is zeker een compliment waard.
Bij mij bestond de indruk dat dit watercafé echter juist voor niet-agrariërs bedoeld was. Dit mede vanwege de in het vorige AB niet aflatende vraag om ook voor burgers watercafés te organiseren. Het aantal niet-agrariërs was echter op deze avond op de vingers van één hand te tellen. Een en ander is mogelijk het gevolg van de wijze van uitnodiging. Alleen personen die het afgelopen jaar op een of andere wijze bij het waterschap werden geregistreerd a.g.v. een klacht of melding zijn uitgenodigd voor dit watercafé. Kennelijk waren dat vooral de agrariërs, waardoor dit watercafé toch weer een agrarisch watercafé is geworden. Daar is natuurlijk op zich niets op tegen, maar het is daardoor haar doel wel wat voorbij geschoten.
Ik stel voor om in een volgende serie watercafés de werving op een andere manier te organiseren, zodat ook niet-agrariërs meer betrokken worden bij het werk van het waterschap.
Antwoord J. Classens: Er zijn drie doelgroepen uitgenodigd;
1 klager / melder;
2 de stuwende boer;
3 de waterportefeuillehouder van de LLTB.
De conclusie van de heer Bossenbroek is dus juist, echter de bedoeling van deze watercafés is zoals boven beschreven. Een watercafé gericht voor burgers is vorig jaar, mede op verzoek van toenmalig ab-lid mevrouw Fleuren, één keer gehouden in Venlo in combinatie met het onderwerp waterkering. In de evaluatie van de laatste watercafés is met mij gediscussieerd over een verbreding van de doelgroepen van de watercafés. Een en ander wordt nog in het DB besproken.
5. Vraag Chris Bartels: Ik wil tijdens het vragenuurtje aandacht vragen voor de gekozen stijl van communiceren om belastingplichtigen te wijzen op de op handen zijnde veranderingen in de aanslag van WPM.
Antwoord voorzitter: Op het gebied van communicatie is veel gedaan, zowel in de vorm van persberichten, advertenties, persoonlijke brieven en een bijsluiter bij het aanslagbiljet. De website geeft een link naar de WBL-pagina.
4. Stukken ter kennisname en mededelingen. (pdf) /bijlage
De stukken worden voor kennisgeving aangenomen.
5. Vaststelling notulen vergadering: (pdf)
Naar aanleiding van de notulen, pagina 5, derde alinea, vraagt de heer Felling of een tijdpad gegeven kan worden betreffende de nulmeting Nieuw Limburgs Peil.
De voorzitter verwijst naar het waterbeheersplan van het waterschap.
Naar aanleiding van de notulen stelt de heer Frenken voor om de vastgestelde notulen van 12 november en 17 december ter kennisname te sturen naar de oud-AB-leden, die geen zitting hebben in het huidige bestuur.
De voorzitter zegt zulks toe (de stukken zijn inmiddels verzonden).
Akkoord conform voorstel.
de heer Bartels vraagt om op pagina 2, derde zin het woord “voldoende” tussen te voegen zodat de zinsnede wordt: “…droge voeten, voldoende en schoon water;…”
Akkoord conform voorstel, met in achtneming van de aanpassing.
6. Bestuursprogramma 2009-2012 / bijlage1 / bijlage2
De heer De Hoon (namens Waterbelang) merkt op:
- het programma is te algemeen en vrijblijvend; moet directer.
- Een koppeling met de begroting ontbreekt. Dit bemoeilijkt de kaderstellende en controlerende taak.
- P.3 Inleiding: wat is de rol in bestuurlijke processen? Wat omvat een evaluatie van het programma? Een jaarlijkse tussenstand heeft de voorkeur.
- P.4 Financieel kader: onduidelijk is of het inflatiepercentage de limiet is; overstijging hiervan moet onderbouwd worden. In welke actieve vorm wordt getracht de inkomsten te verhogen?
- P.5 Waterkering: nadere toelichting gevraagd over de taakafbakening, de mate van bijdrage aan ruimte voor rivier, de rol van de gemeente, de heffing over buitendijkse objecten, het omgaan met potentiële overstromingsgebieden, al dan niet actieve rol bij ruimte voor de rivier.
- P.6 Watersysteem: concreet aangeven en onderbouwen voor welke functies het grondgebruik wordt gefaciliteerd;
beekherstel: onduidelijk of melkveehouderij in beekdalen behouden zal blijven en in relatie daarmee het GGOR; WB 21: jaarlijkse tussenstand geven; watertoets: mate van communicatie; bindend advies? Wat is de streefdatum van de éénloketgedachte?
- P.8 Herstelde watersystemen:
Beekdalherstel: reconstructiecoördinatoren periodiek en structureel plaats laten nemen op de gebiedsbureau’s; beekherstel: voor wie en tegen welke prijs zichtbaar?
Recreatief medegebruik: op welke manier en met wie; communicatie met burgers?
Watervervuiling: op programma opnemen dat het waterschap tijdens de Floriade zich nadrukkelijk zal manifesteren als de partij die samen met de tuinbouwsector actief verontreiniging aanpakt.
Samenwerking met de gemeenten: waterschap behoudt de regie; vóór juli 2009 de politieke partijen wijzen op samenwerking zodat ze in hun verkiezingsprogramma hier rekening mee kunnen houden.
- Bestuur communicatie en heffingen: onduidelijk welke wijziging van de Uniestructuur wordt voorgestaan. Welke communicatievormen worden bedoeld?
- Bedrijfsvoering
Ontbreken van een streven tot verder professionaliseren van DB/AB, via training en scholingsprogramma; ook de ambassadeursrol van de AB leden ontbreekt.
De heer Van Iersel (namens Overig ongebouwd)
Hij wenst twee amendementen in te dienen:
a. “Wij ontwikkelen methodes om maaisel duurzaam af te voeren ten behoeve van de Kaderrichtlijn Water. Wij monitoren en evalueren jaarlijks het maaibeleid, hebben aandacht voor veegpaden en zorgen er voor dat slootbodems niet natuurlijk verzanden.”
b. “Wij voeren in 2009 een Rekenkamer in.”
De heer Bartels (namens Natuurterreinen)
De heer Bartels deelt mee, dat hij tevens spreekt namens de groepering Water Natuurlijk.
De heer Bartels meldt, dat een nadere toelichting op het financieel kader (p.4) gewenst is.
Bij Herstel watersystemen (p.8) ontbreekt een passage over strategische grondaankoop.
De heer Clumpkens (namens bedrijven)
De heer Clumpkens vraagt om een toelichting op de functie van de rekenkamer.
De heer Janssen (namens De Maaslanders)
De heer Janssen meldt dat zijn groepering in algemene zin akkoord is met het programma. Hij merkt enkele zaken op ten aanzien van het moment van evaluatie van het bestuursprogramma, een rekenkamer, de éénloketgedachte en samenwerking met gemeenten.
Vervolgens ontstaat een discussie over het woordvoerderschap vanuit of namens bepaalde groeperingen. Het bevreemdt de heer Stelder dat ondanks een “kamerbreed” bestuursakkoord er bilateraal vooroverleggen plaats hebben gevonden waar niet alle groeperingen bij betrokken zijn. Hij acht dit onjuist.
De heer Bartels bevestigt dat alle partijen zijn uitgenodigd, m.u.v. Waterbelang, voor een vooroverleg voorafgaand aan de AB-vergadering. Er heeft telefonisch overleg met de VVD-fractie plaatsgevonden.
De voorzitter geeft de portefeuillehouders het woord.
De heer Kersten
- Hij is teleurgesteld over de gang van zaken rond de DB-vorming en gaat dan ook niet andermaal in op deze kwestie.
- Hij geeft vervolgens het AB ernstig in overweging om het amendement betreffende de rekenkamer niet aan te nemen; het AB kan zelf de rol van rekenkamer op zich nemen indien daartoe op enig moment de noodzaak zou bestaan.
- In een van de komende AB-vergaderingen komt het DB terug op de tariefdifferentiatie buitendijkse gebieden.
De heer Dupont
- Het Rijk stelt de veiligheidseisen op. Het waterschap is beheerder van de kaden en dijken, nadat deze zijn aangelegd.
De heer Classens
- Hij geeft een toelichting op “ecologie versus economie”.
De heer Roelofs
- Hij verwijst naar de stukken die mede als basis hebben gefungeerd voor het bestuursprogramma zoals de begroting en het waterbeheersplan.
- De rol van de partners wordt duidelijker; “terug naar de bron” en daarmee ook de juiste gremia aanspreken op hun rol. Als voorbeeld: gemeenten aanspreken op overstorten op SEF-beken (Specifiek-Ecologische-Functie); duidelijke rol van de gebiedscommissie’s bij integrale projecten.
De heer Theelen
- Communicatie verdient bijzondere aandacht: algemene communicatie, interne communicatie, communicatie naar en met doelgroepen, communicatie naar en met burgers. Een actieplan voor burgerwatercafe’s is gewenst. In de voorjaarsnota zal ook aandacht op dit punt worden geschonken aan de financiële gevolgen van het toepassen van ruimere communicatiemiddelen, maar daarmee ook de beperkingen.
De voorzitter
- Ten aanzien van calamiteitenzorg is het uitgangspunt, dat het waterschap in 2011 partner is in de Veiligheidsregio.
- De (ambassadeurs) rol van AB-leden komt niet voor in het programma aangezien deze vanzelfsprekend is. Het DB komt nog terug op het onderwerp opleiding en vorming van de AB-leden.
- In de voorjaarsnota komt het DB terug op het onderwerp strategische grondaankoop en het plafond hierbij.
Vervolgens biedt de voorzitter een tweede termijn om te reageren.
De heer Van Iersel deelt mee dat hij het amendement betreffende de rekenkamer intrekt.
De voorzitter schorst om 12.05 uur de vergadering en heropent deze om 12.15 uur en geeft het woord aan:
- De heer De Hoon: hij constateert dat niet op alle vragen een antwoord is gegeven. Hij zal de antwoorden op de resterende vragen tijdens de behandeling van de voorjaarsnota vernemen
- De heer Bartels: hij ziet graag bij de behandeling van de voorjaarsnota het onderwerp strategische grondaankoop besproken.
- De heer Janssen: hij zal t.z.t. terugkomen op de functie van een rekenkamer, niet het instituut.
- De heer Van Iersel: hij trekt het eerste amendement (maaisel) in, hij verwacht dat op dit onderwerp in de voorjaarsnota wordt teruggekomen.
- De heer Frenken: hij vraagt naar de gevolgen indien investeringen naar voren gehaald worden; is er voldoende capaciteit in huis en wat zijn de financiële consequenties?
De voorzitter geeft het woord aan de portefeuillehouders.
De heer Kersten meldt dat het voor de hand ligt, dat met name in de voorjaarsnota nader wordt ingegaan op alle nog niet beantwoorde vragen.
De heer Classens bevestigt, dat voor het onderwerp “afvoer maaisel” een kostenonderzoek zal worden gedaan en bij de behandeling van de voorjaarsnota hierop terug wordt gekomen.
Vervolgens besluit het algemeen bestuur het bestuursprogramma conform voorstel vast te stellen.
7. Verordening voorzieningen bestuursleden 2009/ bijlage1 (pdf) /bijlage2 (pdf)
Op een vraag van de heer Frenken antwoordt de voorzitter, dat de betaling van de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering goed zal worden geregeld.
Akkoord conform het voorstel.
De voorzitter sluit de vergadering om 12.25 uur.
De stukken worden voor kennisgeving aangenomen.
2. Informatiebeleidsplan. /bijlage1
De voorzitter geeft de heer Felling het woord, die spreekt namens Waterbelang.
De heer Felling memoreert de constateringen en slotconclusie uit het plan.
Hij vindt dat een moderne organisatie zich kenmerkt door een kwalitatief hoogwaardig informatiebeleid. Hierin past niet de uitbouw van een autonome ICT-afdeling, maar verankering van ICT in de primaire processen van de diverse afdelingen en te passen in het informatiebeleidsplan van de organisatie als geheel. Een krachtige centrale sturing en standaardisering is daarbij nodig.
Deze centrale sturing ligt vanaf 2009 bij een DB-lid, die samen met het MT en de stuurgroep ICT hiervoor zorgt.
In het voorliggend beleidsplan wordt niet systematisch ingegaan op welke wijze al dan niet met de daarin genoemde 29 adviezen/aanbevelingen rekening is gehouden.
In het beleidsplan wordt niet beargumenteerd wat het waterschap ontbeert als we slechts de minimumvariant van de extra investering kiezen, rond de 53 projecten die in het plan zijn benoemd. Niet duidelijk is of dan nog wordt voldaan aan de strategische, tactische en operationele verwachtingen van een voldoende functionerend Waterschap.
Niet duidelijk is of de omvang van de extra kosten voor beheer en onderhoud afhankelijk is van de keuze voor minimum resp. maximum investering.
In het beleidsplan wordt niet aangegeven wat de samenwerking met WBL, WRO en het Waterschapshuis met betrekking tot de hardware en software inhoudt en wat dit oplevert inzake personele capaciteit en aan financieel voordeel.
De kosten van uitbestede software-ontwikkeling aan het Waterschapshuis zijn niet benoemd; evenmin de dekking daarvan.
Geconstateerd wordt dat, van de € 1,9 mln. vergende extra minimale investering pas € 1,5 mln. is opgenomen in de meerjarenbegroting 2009-2012. Voor het verschil plus € 1,2 mln. voor extra beheer en onderhoud wordt nog een dekking gemist.
Vervolgens krijgt de heer Bartels het woord.
Hij ondersteunt de constateringen van de heer Felling. Bovendien constateert hij dat er geen “overall-view” per afdeling is. Onduidelijk is waar sprake is van investering- of exploitatiekosten. Er worden vooraan in het traject te weinig initiatieven zichtbaar gemaakt.
De heer Frenken reageert met de opmerking dat het van belang is voor de portefeuillehouder om te kunnen starten, in ieder geval met de minimumvariant. De heer Frenken wil deze kwestie nader behandelen in een ruimer kader om goed zich te krijgen op de pro en contra’s.
De heer Dupont geeft vervolgens een tijdsbeeld vanaf 2007, en schetst een samenwerking met WBL in 2009/2010.
Hij zegt toe dat alsnog inzichtelijk wordt gemaakt welke van de 29 actiepunten opgepakt zijn. Ook zullen de (project)bedragen nader geduid worden. Het hiaat van € 400.000,-- wordt in de voorjaarsnota aan de orde gesteld.
Starten met de minimumvariant komt hem dienstig voor. Er is nog geen beleid waarin iedere afdeling benoemt wat men op dit punt wil. In de organisatie is geen coltuur van hobbyisme; bovendien bepaalt het MT/ICT-stuurgroep wat wel of niet nodig is.
De voorzitter concludeert, dat het voorstel ter besluitvorming kan worden aangeboden.
3. Samenwerkingsverband tussen Waterschapsbedrijf Limburg en gemeente Roermond op het terrein van waterketenbeheer. /bijlage1 (pdf) /bijlage2 (pdf)
De heer Bartels constateert, dat de overeenkomst al per 1 april aanstaande in werking zou moeten treden.
De heer Felling vraagt of de overeenkomst een model is dat ook eventueel bij een samenwerking met andere gemeenten gebruikt kan worden. De voorzitter bevestigt dit.
Naar aanleiding van een vraag van de heer Clumpkens deelt de voorzitter mee, dat voor ons waterschap de samenwerking kostendekkend is.
De heer Frenken vraagt of met het aangaan van zulke overeenkomst de marktwerking wordt verstoord. De voorzitter deelt mee, dat met de overeenkomst alleen een verschuiving van de werkzaamheden die de gemeenteambtenaren deden, naar ambtenaren van het waterschapsbedrijf plaatsvindt. Het feitelijk onderhoud blijft uitbesteed aan de private sector i.c. aannemersbedrijven.
De voorzitter constateert dat het agendapunt op de besluitvormende agenda had moeten staan en dat met algemene stemmen akkoord wordt gegaan met het voorstel zodat het niet meer ter besluitvorming hoeft te worden voorgelegd aan het algemeen bestuur.
4. Beheerplan waterkeringen (pdf) . /bijlage1 /bijlage2 /bijlage3 /bijlage4 /bijlage5 /bijlage6
De heer Frenken deelt mee, dat zijn bijdrage in een eerdere AB-vergadering niet als formele zienswijze bedoeld was, maar waardeert wel, dat zo zorgvuldig daarmee is omgegaan. In het definitieve voorstel aan het algemeen bestuur hoeft wat hem betreft zijn zienswijze niet opgenomen te worden.
De voorzitter concludeert, dat het voorstel ter besluitvorming kan worden aangeboden.
De voorzitter sluit de vergadering om 13.00 uur.
