
De gemeente kan ingediende plannen op basis van de uitgangspunten van duurzaam waterbeheer beoordelen op de onderstaande criteria (in chronologische volgorde). Het waterschap heeft de uitgangspunten opgenomen in het Praktisch handboek watertoets.
Beleid van het waterschap is om te proberen 100% van het verhard oppervlak af te koppelen en het schone regenwater te infiltreren in de bodem. De volgende stap is het bergen van water. Pas wanneer vasthouden en bergen niet mogelijk is kan gekozen worden voor afvoeren.
De voorziening moet afgestemd zijn op de kenmerken van de ondergrond. Kijk voor de bodemeigenschappen op de pagina van uw gemeente.
Daar vindt u de kaarten met gebiedskenmerken, zoals kaarten met de infiltratiegeschiktheid en gelaagdheid van de bodem. U moet er rekening mee houden dat lokaal significante verschillen in de eigenschappen kunnen optreden.
Als er goed kan worden geïnfiltreerd heeft een infiltratievoorziening de voorkeur. Een bovengrondse infiltratievoorziening heeft de voorkeur boven een ondergrondse in verband met onderhoud en beheersbaarheid van de voorziening.
Als de infiltratiecapaciteit van de bodem slecht is of de gemiddeld hoogste grondwaterstand zich dicht bij het maaiveld bevindt, beveelt het waterschap aan om een opvang voor het regenwater te realiseren die langzaam leegloopt (dynamische buffer) naar het oppervlaktewater.
Bij het ontwerp moet u op de volgende zaken letten:
Aanlegdiepte
U moet een infiltratievoorziening boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand aanleggen, om te voorkomen dat grondwater in de voorziening stroomt.
Leegloopconstructie
U moet de leegloop constructie boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand aanleggen. U moet de uitstroom beperken tot 1 l/s/ha. De hiervoor benodigde uitstroomdiameter kunt u bepalen uit de grafiek.
Afmetingen (inhoud)
Noodoverloopconstructie
Een noodoverloopconstructie zorgt ervoor dat het water op gecontroleerde wijze wegstroomt als de voorziening door extreme omstandigheden vol is en gaat overlopen. Het overtollige water moet stromen naar een plek waar het geen overlast kan veroorzaken. Dit kan zijn:
Het waterschap heeft de voorkeur dat u een noodoverloop over het maaiveld aanlegt (geen ondergrondse aansluiting op het riool). Vanuit een infiltratievoorziening kan dit plaatsvinden via de blad- en zandvang.
Om bodemverontreiniging te voorkomen moet u het gebruik van uitlogende materialen voorkomen. Uitlogende bouwmaterialen zijn:
Alternatieven zijn ruimschoots voor handen, zie onder andere www.dubo-centrum.nl
Indien aan deze criteria voldoende aandacht is besteed kan de gemeente hier positief over adviseren. Bij twijfel kan de gemeente het plan altijd nog ter beoordeling voorleggen aan haar contactpersoon bij het waterschap.