
“De agrariër speelt een belangrijke rol in het ‘nieuwe’ omgaan met water, hij heeft immers een enorm volume grondwater tot zijn beschikking en kan hiervan als voorraadbeheerder optreden”, vindt Van Alderwegen over de rol van agrariërs in het project De Stuwende Kracht.
Henk van Alderwegen is als voorzitter van het bestuur van Waterschap Peel en Maasvallei medeaanjager van dit project. Voldoende water is immers een van de primaire taken van het waterschap. Met de Stuwende Kracht krijgen agrariërs en tuinders door het plaatsen van stuwtjes in sloten en nieuwe drainagetechnieken als ‘peilgestuurde drainage’ meer mogelijkheden om zelf regenwater ‘vast te houden’. Wat leidt tot minder beregening, minder arbeid en een flinke kostenbesparing.
Volgens Van Alderwegen wordt er de afgelopen jaren heel anders gedacht over het omgaan met water en waterbeheer. “Wilden we vroeger met alle geweld het water van ons af houden, nu houden we het juist vast om verdroging te voorkomen. Dit omdenken vergt natuurlijk een heel andere rol van het waterschap dan vroeger. Waren we toen vooral beheerder, nu zijn we ook herinrichter en planner tegelijk. Met het project De Stuwende Kracht willen we dat ‘nieuwe denken’ ook bij de agrariër teweeg brengen. Hij moet begrijpen waarom het vaak goed is om water de tijd te gunnen in de grond te zakken. En tegelijk moet hij de zekerheid hebben dat in periodes van droogte het waterschap en de provincie niet moeilijk doen als hij de waterreserves eens een keertje aanspreekt voor beregening. Het gaat in dit geval dus met name om goede afspraken en een wederzijds vertrouwen.”
“De agrariër speelt een belangrijke rol in dat hele nieuwe omgaan met water”, zegt Van Alderwegen. Hiervoor is een stuk commitment van de agrariër nodig. Immers, hij heeft de beschikking over een enorm oppervlakte aan grond en dus een enorm volume grondwater. De boer als voorraadbeheerder, die via het regelen van de stuwtjes zelf de grondwaterstand kan bepalen.”
Wil De Stuwende Kracht een succes worden, dan moet er continue aandacht worden besteed aan communicatie. Het waterschap investeert daar dan ook in. Maar volgens Van Alderwegen kan het rendement nog hoger. “We zijn de dialoog aangegaan met de agrariër. Bijvoorbeeld door middel van de watercafés, in mijn ogen een zeer geschikt communicatie-instrument. Tijdens die bijeenkomsten kan de boer zijn vragen kwijt, krijgt hij terecht het gevoel dat hij serieus wordt genomen. En weet hij dat hij ook iets van het waterschap kan verwachten, niet alleen omgekeerd. Een andere vorm van dialoog is het gesprek aan de keukentafel. Onze afdeling OBT (Onderhoud, Beheer en Toezicht: red.) speelt daarin een wezenlijke rol. We hebben geïnvesteerd in geschoolde buitendienstmedewerkers, die dezelfde taal als de boer spreken, zijn verhalen aanhoren en deze terugkoppelen in de organisatie. Daarmee laten we zien dat het waterschap er wel degelijk bovenop zit.”
Het inventariseren van problemen is volgens Van Alderwegen één ding. “Maar de problemen moeten vervolgens ook worden opgelost. En dat zal het waterschap in de nabije toekomst ook waar moeten maken. Denk maar aan de interactieve communicatie waar al zo lang over wordt gesproken. Zoals een sms-systeem, via welk de agrariër kan worden ingeseind als de stuw open of dicht moet. De tijd is rijp voor deze interactieve middelen.”
Van Alderwegen denkt dat goede communicatie ook te maken heeft met ‘de juiste attitude’. “Bij het waterschap zullen alle neuzen dezelfde kant op moeten steken. En het motto ‘afspraak is afspraak’ moet meer zijn dan alleen maar een kreet. Bij deze vraag ik de lezer dan ook: hou ons scherp!”
“Kijk, het liefst zou je succes meetbaar willen maken, bijvoorbeeld door het aantal extra vastgehouden kuubs water. Maar zo’n meetsysteem hebben we niet. Ik ben al tevreden als we er op zijn minst voor zorgen dat de agrariër dicht bij het waterschap blijft staan, dat we geen klachten krijgen over de communicatie en dat het beheer van de stuwen gewoon goed is geregeld. En dat we als waterschap de boer laten zien dat we geen ‘groene organisatie’ zijn, maar een ‘blauwe overheid’ die bij het kijken naar water een duurzame balans zoekt, die recht doet aan zowel de natuur als de landbouw. Een stukje begrip moet de boer daarbij natuurlijk wel op kunnen brengen. De natuur is in het verleden immers al vaak het kind van de rekening geweest. Niet alleen de boer heeft problemen, ook de natuur. Het is dus logisch dat nu die bioprocessen weer een kans moeten krijgen. Binnen die strijd om het water moeten we een situatie creëren waar alle partijen zich in kunnen vinden. Als de boer weet waarom het waterschap bepaalde dingen doet en hij ziet dat die maatregelen ook de landbouw ten goede komen, dan ben je al een heel eind.”
Niet alleen met de boeren is een voortdurende dialoog noodzakelijk. Het waterschap werkt voor wat betreft De Stuwende Kracht ook samen met de provincie en natuurterrein- beheerders. Van Alderwegen is tevreden over die samenwerking. “Wij als waterschap hebben de kar getrokken, op basis van plannen van de provincie. De provincie heeft ons zowel beleidsmatig als door middel van een financiële dekking gesteund. De ontwikkeling van het rekenmodel Ibrahym heeft onze kennis enorm verrijkt. Zodat we nu kunnen zeggen: de waarheid die daar is verkondigt, zoals het idee voor het creëren van bufferzones, is helemaal niet de waarheid. Het is beter om gebiedsdenkend bezig te zijn. Zodat er altijd water aanwezig is dat je naar dat gebied toe kunt laten stromen. We moeten met ons allen water vast zien te houden: het waterschap, de boeren én de natuurterreinbeheerders.”
Samen aan de slag om het grond- en oppervlaktewater in 2015 op het juiste peil te krijgen. Met Nieuw Limburgs Peil gaan we verdroging van natuur en landbouw tegen. Hiervoor
hebben we de gewenste hoogste en laagste grondwaterstand in beeld gebracht en worden haalbare, betaalbare maatregelen uitgevoerd om het gewenste waterpeil te behalen. Zo
krijgt de natuur meer kansen en respecteren we de landbouw. Het resultaat: waterpeil afgestemd op de functies in het gebied en een meer evenwichtige waterhuishouding.
Bron artikel: Nieuwe oogst, week 43/2007