
In Noord- en Midden-Limburg hebben de gebieden rondom de waterschapsbeken slechts beperkt last van overstroming. Zo blijkt uit onderzoek van waterschap Peel en Maasvallei. Zij heeft haar beken getest aan de overstromingsnormen die ze met de Provincie Limburg is overeengekomen. Deze normen hebben als doel om het watersysteem op orde te brengen ter voorbereiding op de klimaatverandering. De beken van waterschap Peel en Maasvallei voldoen over het algemeen ruimschoots aan deze normen. In slechts enkele gevallen voldoen de waterschapsbeken niet. Het waterschap lost dit beperkt aantal wateroverlastknelpunten met partners op voor 2015, wanneer dit volgens landelijke afspraken overal in Nederland op orde moet zijn.
Om te bepalen welke punten wateroverlast opleveren, heeft het waterschap kaarten opgesteld. Hierop staat aangegeven hoe vaak een gebied, volgens uitgangspunten van de Provincie Limburg, mag overstromen vanuit de waterschapsbeken. Hiermee stelt het waterschap normen en maatregelen voor zichzelf, waarop anderen haar in de toekomst ook mag gaan afrekenen. Voordat ze deze kaarten definitief vaststelt, bespreekt ze deze met de LLTB en de gebiedscommissies voor de reconstructie. Daarna stuurt het waterschap ze op naar de Provincie die ze vast moet stellen.
Het waterschap stelt de bescherming van de gebieden rondom de waterschapsbeken vast, op basis van de lange termijn perspectieven van het provinciaal omgevingsplan (POL). De landbouwgebieden in de P4 en P5-gebieden krijgen een bescherming van een kans op overstroming van maximaal een keer in de 25 jaar. De landbouw in P2 (provinciale ontwikkelingsgebieden groen) en P3 (veerkrachtig watersysteem) krijgen te maken met een overstromingskans van maximaal een keer in de 10 jaar. Bij de waterschapsbeken met een specifiek ecologische functie in de P1 (natuur), P2 en P3 gebieden, hanteert het waterschap volgens deze kaarten geen norm. De kaarten staan in het rechterkader op deze pagina.
De belangrijkste reden dat voor de P1-P3-gebieden met een specifiek ecologische functiebeek geen norm wordt gehanteerd, is dat in deze gebieden de komende 10-15 jaar het beeksysteem ecologisch heringericht wordt. Dat laatste is onder meer een opdracht die het waterschap op grond van de Europese Kaderrichtlijn Water moet uitvoeren. Over deze herinrichtingen maakt het waterschap binnen het proces Nieuw Limburgs Peil afspraken met de aanliggende landeigenaren. Indien dit leidt tot meer overstromingsrisico dan nu, dan maakt het waterschap daarover afspraken met de betrokkenen in de vorm van mitigerende maatregelen, kavelruil of schadevergoeding. Overigens is er op dit moment nauwelijks sprake van wateroverlast, ook niet in die gebieden waar nu geen norm voor is vastgesteld. Buiten de toekomstige herinrichtingen, zal dit ook zo blijven.
Het waterschap maakt deze kaarten volgens afspraken uit het Nationaal Bestuursakkoord Water. Dit akkoord probeert antwoord te geven op de vragen rondom de klimaatverandering. Het zegt dat het waterschap in 2015 het watersysteem ‘op orde’ moet brengen en daarna tot 2050 op orde moeten houden, rekening houdend met klimaatverandering. Voor de wateroverlast houdt dat in dat het watersysteem moet voldoen aan bepaalde overstromingsnormen. Van eens per 10 jaar voor grasland tot eens per 100 jaar voor de stad. Wat dus voor de Rijkswateren normaal is (denk aan de overstromingskans van 1/250 jaar voor de Maasdijken) wordt dus nu ook voor de regionale watergangen doorgevoerd.