
1. Wat wordt bedoeld met WB21?
2. Waar gaat het Waterbeheer 21ste eeuw over?
3. Wat is het Nationaal Bestuursakkoord Water?
4. Wat doet het waterschap voor het Waterbeheer 21ste eeuw?
5. Zijn er veel problemen met wateroverlast uit beken en sloten?
6. Hoeveel kost het oplossen van de wateroverlast?
7. Wanneer wordt de wateroverlast opgelost?
8. Wie lost de wateroverlast op?
9. Welke maatregelen worden er genomen?
10. Is er inspraak mogelijk (en zo ja hoe)?
11. Is de wateroverlast hier erger dan in de rest van Nederland?
12. Het aanpakken van wateroverlast is toch niet nieuw?
13. Als er nu 2 keer in 5 jaar wateroverlast optreedt op mijn perceel grasland, heeft het waterschap zijn werk dan niet goed gedaan?
14. Voor de grote rivieren zoals de Maas wordt gesproken over overstromingsrisico’s. Gelden deze ook voor de regionale beken?
15. Komen er nu dijken langs een beek tegen wateroverlast?
16. Wat wordt bedoeld met de watertoets?
17. Wat wordt bedoeld met de wateropgave?
18. Wat wordt bedoeld met ‘vasthouden-bergen-afvoeren’?
19. Wat is een watersysteem?
20. Wat heeft de klimaatverandering voor effect?
21. Hoe verhoudt WB21 zich tot andere onderwerpen als bijv. Kaderrichtlijn Water en het Gewenst Grond- en Oppervlaktewaterregime?
22. Is Noord- en Midden-Limburg waterproof?
23. Is Noord- en Midden-Limburg WB21-proof?
24. Waar kan men terecht met vragen?
1. Wat wordt bedoeld met WB21?
‘WB21’ is een afkorting en staat voor het Waterbeheer in de 21ste eeuw.
2. Waar gaat het Waterbeheer 21ste eeuw over?
Doel van het Waterbeheer 21ste eeuw is het oplossen en voorkómen van wateroverlast. Wateroverlast kan ontstaan door het overstromen van de Tungelroyse beek. Maar ook doordat water niet kan wegstromen via de riolering en op straat blijft staan.
In het landschap en in de stad moet ruimte gemaakt worden om water op te slaan, bijvoorbeeld door het aanleggen van vijvers in woonwijken. Doen we dat niet dan zal het water die ruimte straks zelf nemen.
3. Wat is het Nationaal Bestuursakkoord Water?
Om het waterbeleid voor de 21ste eeuw (zie vraag 2) om te zetten in concrete acties is het Nationaal Bestuursakkoord Water afgesloten. Met dit akkoord hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen aangegeven hard aan de slag te gaan met het nieuwe waterbeleid.
Het jaar 2015 is een belangrijk moment voor het bestuursakkoord. Op dat moment moeten namelijk de maatregelen en acties hebben geleid tot een veilig en schoon watersysteem. Daarbij wordt ook alvast rekening gehouden met toekomstige klimaatwijzigingen zodat het werk niet twee keer gedaan hoeft te worden.
4. Wat doet het waterschap voor het Waterbeheer 21ste eeuw?
Het waterschap richt zich op de overlast die wordt veroorzaakt door het overstromen van beken en sloten. Het waterschap heeft getoetst waar er precies overlast optreedt en hoe groot de overlast is (knelpunten). De volgende stap is om te kijken wat de beste aanpak is voor elk knelpunt. Daarbij houden we nu al rekening met toekomstige veranderingen in het klimaat.
Problemen moeten ook voorkómen worden. Water moet daarvoor de ruimte krijgen. Dat kan bijvoorbeeld door samen te werken met de gemeente bij het bouwen van woonwijken. Daarnaast moeten we beseffen dat ‘ons’ water uiteindelijk ook langs de buren stroomt. Onze oplossingen mogen bij hun dus geen nieuwe problemen veroorzaken.
5. Zijn er veel problemen met wateroverlast uit beken en sloten?
Nee. In Noord- en Midden-Limburg zijn deze problemen beperkt ten opzichte van de rest van Nederland. Dat komt omdat de beken en sloten redelijk diep en breed zijn. Daardoor is er vaak genoeg ruimte om een stevige regenbui op te vangen.
Er blijven uiteindelijk 63 knelpunten over (14 beektrajecten en 49 riooloverstorten). Er is ongeveer 200 hectare grond waar wateroverlast kan ontstaan in extreme situaties. Deze extreme situaties treden gelukkig niet elk jaar op. Je moet denken aan eens per 10 tot 100 jaar.
6. Hoeveel kost het oplossen van de wateroverlast?
Het oplossen van de 63 gesignaleerde knelpunten (zie vraag 5)kost maximaal € 18.000.000,- Dat is uiteraard niet niks, maar gezien de landelijke omvang (vele honderden miljoenen) toch beperkt. Het is daarnaast de verwachting dat de inzet van goedkopere maatregelen het bedrag nog naar beneden kan bijstellen.
7. Wanneer wordt de wateroverlast opgelost?
Het waterschap kan niet binnen één jaar alle knelpunten oplossen. Uiterlijk zijn in 2015 alle knelpunten opgelost en voldoen alle beken en sloten aan de wateroverlastnormen (zie vraag 12 en 13).Vanaf dat moment moet de klimaatswijziging (heftigere regenbuien) goed in de gaten worden gehouden zodat er geen nieuwe problemen ontstaan.
8. Wie lost de wateroverlast op?
Het zijn voornamelijk de waterschappen en gemeenten die maatregelen moeten nemen om de knelpunten op te lossen. Daarbij zal uiteraard overleg moeten worden gevoerd met grondeigenaren en direct betrokkenen. De provincie heeft hierin geen uitvoerende rol maar maakt wel een belangrijke ruimtelijke afweging van de maatregelen.
9. Welke maatregelen worden er genomen?
Er zijn nog geen specifieke maatregelen gepland. Dat zal de komende jaren gebeuren. Daarvoor zal eerst per knelpunt nog eens gericht worden gekeken naar de omvang van het probleem en naar wat nu de beste oplossingen zijn om het probleem op te lossen.
10. Is er inspraak mogelijk (en zo ja hoe)?
Uiteraard. Er is een mogelijkheid tot inspraak wanneer de daadwerkelijke maatregelen bedacht en uitgevoerd gaan worden.
Daarnaast zijn de normen (zie vraag 12 en 13) nog niet officieel vastgesteld. Op dit moment worden landelijke adviesnormen opgesteld. Als wij daar van willen afwijken, is inspraak mogelijk. Hiervoor worden dan waarschijnlijk belangengroeperingen benaderd.
11. Is de wateroverlast hier erger dan in de rest van Nederland?
Nee, integendeel. In Noord- en Midden-Limburg zijn de meeste beken en sloten groot genoeg om al het water tijdens hevige regenbuien af te voeren. In west Nederland zijn de problemen veel groter. Het water staat daar in normale omstandigheden al erg hoog en is er dus weinig extra ruimte over voor nog meer water. Over het algemeen zijn dus ook de kosten die in het westen van Nederland gemaakt moeten worden hoger dan hier.
12. Het aanpakken van wateroverlast is toch niet nieuw?
Dat is waar. Het waterschap heeft altijd al wateroverlast aangepakt en proberen te voorkómen. Maar er zijn nu wel een aantal dingen veranderd.
Zo worden nu normen voor het overstromen van een beek of sloot gebruikt. De norm geeft aan hoe vaak het water over de rand mag stromen. Voor het stedelijk gebied is de norm het hoogst (eens per 100 jaar), voor grasland het laagst (eens per 10 jaar). Het waterschap moet er voor zorgen dat het watersysteem ook aan die normen voldoet. Bij het toetsen van het watersysteem(zie vraag 19) is ook rekening gehouden met deze normen.
De manier waarop wateroverlast wordt aangepakt is ook anders. We hebben geleerd dat het snel afvoeren van water via grote sloten en beken niet goed is. Het kan overlast bij de buren veroorzaken en leiden tot verdroging van natuur. De nieuwe aanpak is gericht op het vasthouden van water zodat het rustiger kan wegstromen. Daarvoor is ruimte nodig, bijvoorbeeld in de vorm van een vijver.
13. Als er nu 2 keer in 5 jaar wateroverlast optreedt op mijn perceel grasland, heeft het waterschap zijn werk dan niet goed gedaan?
Nee, dit hangt af van de situatie die optreedt. Bij extremere buien dan de norm waar we aan moeten voldoen, zal er nog altijd wateroverlast blijven optreden. De normen, verschillend per grondgebruik, geven een statistische gebeurtenis aan waarbij wateroverlast mag optreden. Voor grasland is dit bijvoorbeeld 1 keer per 10 jaar. Als de bui zo hevig is dat deze minder vaak voorkomt dan die norm van 1 keer per 10 jaar, hoeven de watergangen hier niet bestand tegen te zijn.
14. Voor de grote rivieren zoals de Maas wordt gesproken over overstromingsrisico’s. Gelden deze ook voor de regionale beken?
Nee. Bij overstromingsrisico’s van de Maas denk je toch vlug aan grote economische schade en gevaar voor mensenlevens. Daar is bij de regionale beken en sloten eigenlijk geen sprake van. Bij deze beken is er eerder sprake van lokale overlast, ook al kan die voor een particulier groot zijn. Daarom spreken we over normen voor wateroverlast.
15. Komen er nu dijken langs een beek tegen wateroverlast?
Nee. Het waterschap gaat geen dijken langs beken of sloten leggen. Voor het oplossen en voorkómen van problemen met wateroverlast wordt juist ruimte gezocht.
16. Wat wordt bedoeld met de watertoets?
Door de watertoets worden huizen/woonwijken op een watervriendelijke manier gebouwd. Zo wordt bijvoorbeeld geadviseerd om het regenwater niet in het riool te laten lopen maar apart op te vangen. Daardoor treden de riooloverstorten minder vaak in werking. Het water kan via speciale buffers in de grond verdwijnen en langzaam worden geloosd op de beek. Zo wordt wateroverlast voorkómen.
17. Wat wordt bedoeld met de wateropgave?
Met de wateropgave worden de maatregelen bedoeld die nodig zijn om het watersysteem op orde te krijgen en de wateroverlast te beperken tot de afgesproken normering. Een maatregel kan bijvoorbeeld de aanleg van een buffer in het stedelijk gebied zijn.
18. Wat wordt bedoeld met ‘vasthouden-bergen-afvoeren’?
Met vasthouden-bergen-afvoeren geven we aan dat we het water voortaan niet alleen maar sneller willen afvoeren maar juist zoveel mogelijk willen vasthouden (bijvoorbeeld op de plek waar het als regen op de grond valt) en bergen (via buffers) voordat het wegstroomt via de beek.
Eigenlijk wordt met deze aanpak een weg bewandeld die het water oorspronkelijk ook volgde. Vroeger viel de regen altijd op het land of bos en kon dus rustig de grond in trekken. Langzaam maar zeker stroomde het water door de grond (grondwater) naar een beek of rivier en werd zo afgevoerd naar uiteindelijk de zee. In extreme situaties nam de beek de ruimte om te overstromen en ‘parkeerde’ het water op de lagere plekken in de buurt (beekdalen).
Natuurlijk kan en moet je de tijd niet terugdraaien. We beseffen wel dat we het water weer meer ruimte nodig heeft. Ruimte om gedeeltelijk zijn eigen weg te kunnen gaan.
19. Wat is een watersysteem?
Als voorbeeld voor een watersysteem nemen we de Roggelsebeek. Het watersysteem is dan niet alleen de beek zelf maar ook het grondwater, de oevers van de beek, de waterbodem en alle stuwen van het waterschap. Een brede kijk dus.
20. Wat heeft de klimaatverandering voor effect?
Het klimaat verandert, ook in Limburg. We moeten rekening houden met meer regen (10 tot 30% op jaarbasis), zwaardere regenbuien in de zomer en langere regenbuien in de winter. Dat zal leiden tot hogere piekafvoeren van een beek of sloot. Ons watersysteem moet daarop voorbereid zijn.
21. Hoe verhoudt WB21 zich tot andere onderwerpen als bijv. Kaderrichtlijn Water en het Gewenst Grond- en Oppervlaktewaterregime?
De verschillende onderwerpen vullen elkaar aan. WB21 gaat over het voorkómen van wateroverlast tijdens extreme weersituaties (die maar eens per 10 of 100 jaar plaatsvinden). De GGOR zal het beheer van water onder normale omstandigheden sturen. Door de GGOR wordt een hoogte van het grondwater en oppervlaktewater vastgelegd die we willen realiseren.
Zorgen voor een duurzaam watersysteem, zoals dat bij beekherstelprojecten wordt nagestreefd, houdt vaak in dat er iets aan de waterkwaliteit en waterkwantiteit (wateroverlast) wordt gedaan. Zo zullen vaak meerdere doelen gediend worden met één project.
22. Is Noord- en Midden-Limburg waterproof?
Ja. Op de gesignaleerde knelpunten na, die we voor 2015 opgelost hebben, is Noord- en Midden-Limburg waterproof en dus bestand tegen wateroverlast.
23. Is Noord- en Midden-Limburg WB21-proof?
Nog niet. Daar werken we hard aan tot en met 2015. Vanaf dan moet het gebied ook WB21-proof zijn. Dat betekent: meer ruimte voor water, meer rekening houden met water, zorgen dat de buren geen last krijgen van jouw acties. Maar ook duidelijkheid over normen en wateroverlast. Duidelijkheid voor de inwoners van Noord- en Midden-Limburg.
24. Waar kan men terecht met vragen?
Het waterschap heeft een aparte pagina op de website gewijd aan WB21. Hier kan je een vraag en/of opmerking invullen en toesturen; www.wpm.nl/wb21. Verder kun je ook bellen met Nila Taminiau van het waterschap: 077-3891224.