Logo waterschap Peel en Maasvallei
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Home > Waterbeheer in de 21e eeuw: een overzicht

Waterbeheer in de 21e eeuw

In de jaren ’90 was er veel wateroverlast. We herinneren ons allemaal nog wel de overstromingen van de grote rivieren en de wateroverlast door hevige regenval. Dit was aanleiding voor een nieuwe aanpak binnen het waterbeheer: Waterbeheer 21e eeuw (WB21). Welke plannen hier aan verbonden zijn en hoe het waterschap dit nieuwe waterbeleid in de praktijk brengt leest u hieronder.

Aanleiding

Het regent vaker. En als het regent, regent het harder. Met als gevolg dat we in de toekomst vaker natte voeten zullen krijgen. Wateroverlast, dus. Wat kan en mag je als burger van de (regionale) overheid verwachten om wateroverlast te voorkómen? Een belangrijke vraag die verwoord is in Waterbeheer 21ste eeuw (WB21).

De kerngedachte van WB21 is dat water meer ruimte nodig heeft en dat water meer richtinggevend moet zijn voor de ruimtelijke inrichting van Nederland.

De hoofdprincipes van de commissie WB21:

  1. Meer ruimte voor water, met als gedachteleidraad de drietrapsstrategie: vasthouden, bergen, afvoeren;
  2. Water moet meer ordenend zijn.

De omzetting van deze doelstellingen in concrete acties zijn weergegeven in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Hierin staan afspraken tussen Rijk, Unie van Waterschappen, IPO en VNG over acties met betrekking tot het waterbeleid 21e eeuw.

Doel

Het NBW heeft tot doel om in 2015 het watersysteem op orde te hebben en daarna op orde te houden. Daarbij anticipeert het op veranderende omstandigheden, zoals de verwachte klimaatverandering, zeespiegelstijging, bodemdaling en toename van verhard oppervlak.

De watersystemen moeten voldoen aan de volgende normen voor wateroverlast:

Tabel 1: Werknormen NBW

 

Normklasse gerelateerd aan grondgebruikstype

Inundatiefrequentie (1/jr.)

Grasland

1/10

Akkerbouw

1/25

Hoogwaardige land- en tuinbouw

1/50

Glastuinbouw

1/50

Bebouwd gebied

1/100


Deze basisnormen zijn gekoppeld aan grondgebruik. Ze geven een statistische gebeurtenis aan waarbij wateroverlast mag optreden. We gaan er daarbij vanuit dat bijvoorbeeld grasland minder problemen zal hebben met water op het land dan bijvoorbeeld de bebouwde kom. Daarom gaan we ervan uit dat grasland eens in de 10 jaar onder mag lopen. Voor de bebouwde kom ligt dat natuurlijk anders, hoewel het natuurlijk wel eens mis kan gaan. Voorlopig gaan we ervan uit dat binnen de bebouwde kom niet vaker dan eens in de 100 jaar hier en daar wat mag onderlopen.

Deze normen betekenen dus niet dat er nooit meer wateroverlast optreedt. Als de bui zo hevig is dat deze minder vaak voorkomt dan bijvoorbeeld de norm van 1 keer per 10 jaar, hoeven de beken en sloten hier niet bestand tegen te zijn.

Uitvoering

In 2005 heeft het waterschap een knelpuntenanalyse gemaakt wat betreft wateroverlast. Er moest getoetst worden waar de watersystemen niet voldeden aan de normen voor wateroverlast. Dit moest volgens het NBW voor september 2005 klaar zijn. Deze toetsing heeft de volgende knelpunten in beeld gebracht:

  • 14 beektrajecten in landelijk gebied;
  • 49 overstorten in stedelijk gebied.

Het rapport van deze toetsing kunt u vinden onder het kopje “Relevante documenten”.

Nu deze eerste actie is uitgevoerd, zullen er de komende jaren nog een aantal volgen:

  1. Maatregelen nemen voor geconstateerde knelpunten;

  2. Vaststellen definitieve normering: de genoemde normen zijn nog niet definitief en zullen als basisnormen dienen. Van deze basisnormen mag nog gemotiveerd afgeweken worden. Er zal een gebiedsproces gestart worden waarin er samen met de streek tot een definitieve norm gekomen wordt;

  3. Opstellen visie “Waterschap Peel en Maasvallei WB21proof”: In deze visie wordt verder uitgewerkt hoe het waterschap om zal gaan met alle principes van WB21 en er wordt een beeld geschetst van het beheersgebied in 2050 als het waterschap WB21-proof is.

Planning

De komende jaren zal het meeste werk zitten in het treffen van maatregelen voor de wateroverlastknelpunten. Deze projecten zijn opgenomen in het Meerjaren Investerings Programma (MIP) van het waterschap. Deze projecten moeten voor 2015 worden uitgevoerd, omdat dan het watersysteem op orde moet zijn.

Het vaststellen van de definitieve normen zal uiterlijk in 2009 gebeuren met de vaststelling van het Stroomgebiedbeheersplan (Kaderrichtlijn Water). Het gebiedsproces wat doorlopen wordt om tot een gedragen norm te komen voor de verschillende typen grondgebruik vindt in 2007/ 2008 plaats.

De visie “WPM WB21-proof” wordt in 2006 opgesteld.

Investering

In het toetsingsproces is voor de uiteindelijke knelpunten een globale kostenberekening gemaakt voor het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn vaak gericht op het bergen van water tijdens een extreme of langdurige neerslagperiode. De totale kosten voor de 63 genoemde knelpunten bedragen € 18.000.000,-. Door maatregelen te combineren met andere projecten vanuit andere doelstellingen zoals de Kaderrichtlijn Water, afkoppelprojecten en beekherstel is kostenbesparing mogelijk.

Betrokken partijen en hun rol

Er zijn 4 partijen die het Nationaal Bestuursakkoord Water hebben ondertekend: Het Rijk, Interprovinciaal Overleg (IPO), Unie van Waterschappen (UvW) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Ministerie van Verkeer en Waterstaat: Eindverantwoordelijke voor de uitvoering van het Nationaal Bestuursakkoord Water.

Provincie Limburg: De provincie heeft een regisseursrol binnen Limburg wat betreft de uitvoering van het NBW. Er is een provinciale projectgroep WB21 waar de provincie trekker van is en waar de afstemming tussen waterschappen, rijkswaterstaat, gemeenten en provincie plaatsvindt.

Rijkswaterstaat: Ook deze partij moet de WB21-beginselen in hun beleid voor de rijkswateren doorvoeren. Met beleidslijnen als “Ruimte voor de rivier” wordt daar uitvoering aan gegeven.

Gemeenten: De gemeenten moeten voor medio 2006 de stedelijke wateropgave in beeld brengen wat betreft riolering en grondwater. Omdat er een interactie is tussen oppervlaktewater en riolering, is samenwerking met het waterschap nodig.

Bij uitvoering van projecten en bij het gebiedsproces zal naast deze partijen ook veel overleg plaatsvinden met burgers, grondeigenaren en belangengroeperingen. Dat is tenslotte ook één van de hoofddoelen van WB21: duidelijkheid en transparantie naar de burger.

Relevant beleidskader

Extern

  • Startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw: De adviezen van de commissie Waterbeheer 21e eeuw zijn vastgelegd in de ´Startovereenkomst waterbeleid 21e eeuw´. Hierin staan afspraken tussen Rijk, Unie van Waterschappen, IPO en VNG over acties met betrekking tot het waterbeleid 21e eeuw.
  • Het Nationaal Bestuursakkoord Water (pdf) : De startovereenkomst is de opstap naar een bestuursovereenkomst tussen de vier partijen geweest. Deze bestuursovereenkomst is inmiddels bekend als het Nationaal Bestuursakkoord Water. In deze bestuursovereenkomst staan de concrete acties benoemd die ontstaan zijn uit het nieuwe denken in het waterbeheer (WB21).

Intern

Besluitvorming

De besluitvorming in de uitvoering van WB21 vindt op allerlei niveaus plaats, van de minister van Verkeer en Waterstaat tot aan ons eigen waterschap.

De besluitvorming over de basisnormen vindt bv. met name op landelijk niveau plaats, maar de uitwerking ervan in de verschillende waterschapsgebieden zal na een gebiedsproces vastgesteld worden door het waterschap en goedgekeurd door de provincie.

Hoe wij als waterschap omgaan met de het WB21-beleid wordt alleen bepaald door het waterschap zelf en de besluitvorming hierover volgt de lijn Dagelijks Bestuur, Commissie Waterbeheer en uiteindelijk het Algemeen Bestuur.

Relevante documenten

Extern

  • Waterbeleid 21ste eeuw (UvW): Brochure uitgebracht door de Unie van Waterschappen, waarin de aanleiding, afspraken en maatregelen worden besproken ten aanzien van WB21.
  • Het Nationaal Bestuursakkoord Water: (pdf) Het in juli 2003 ondertekende bestuursakkoord tussen Rijk, IPO, UvW en VNG. Hierin staan de acties die uitgevoerd moeten worden om het watersysteem op orde te krijgen voor 2015.


Intern

  • Eindresultaten toetsing watersystemen adhv Nationaal Bestuursakkoord Water: Het rapport geeft de eindresultaten weer van de toetsing van de watersystemen van Waterschap Peel en Maasvallei aan de werknormen uit het Nationaal Bestuursakkoord Water. Eindresultaat omvat knelpunten, m3, ha en euro’s voor de grootte van het probleem en de maatregelen voor het knelpunt.
  • Vraag en antwoordlijst WB21: Deze vraag en antwoordlijst bevat vele vragen over WB21, NBW en de uitvoering bij Waterschap Peel en Maasvallei.

Paginafuncties

Logo waterschap Peel en Maasvallei
Naar boven