Logo waterschap Peel en Maasvallei
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Home > Waternavel

Waternavel

 

De Grote Waternavel is geen inheemse plant. Engels DNA-onderzoek, uitgevoerd op planten uit Groot- Brittannië en Nederland, heeft aangetoond dat vrijwel al deze planten afkomstig zijn van een of enkele stekjes uit Zuid-Amerika. Dat de Grote waternavel een soort is uit warmere streken, blijkt wel uit het feit dat pas in de loop van juli het water warm genoeg is om de groei goed op gang te laten komen en uit zijn gevoeligheid voor vorst: een strenge winter overleeft de plant niet. Maar de zachte winters van de afgelopen jaren hebben de Grote waternavel nauwelijks gedeerd.

De Grote waternavel richt ernstige schade aan in wateren. Als de waternavel explosief gaat groeien vormen zich vanuit de waterlijn naar alle kanten uitlopers, die maximaal een meter het land opkruipen maar zich over het water vrijwel onbeperkt kunnen uitbreiden. Het ontbreken van concurrentie met de omringende flora versterkt de invasie van de waternavel, die ook nog eens diverse andere - vooral onder water groeiende - planten verdringt.

Met name in water met hoge nitraat- en fosfaatgehaltes veroorzaakt de exoot een ware plaag, omdat hij onder deze voedingrijke omstandigheden uitstekend gedijt. Op de meeste vindplaatsen blijkt het water ook troebel te zijn, meestal door zwevend slib met een hoog organische stofgehalte.

Verspreiding

De verspreiding van de plant gebeurt vooral door stekken: stukjes plant die worden weggegooid of mee worden gevoerd door het water als er gemaaid is. Ook kan de plant zich snel verspreiden in de hoofdwatergangen van poldergebieden als water wordt ingelaten waarin stekjes voorkomen.

Wat zijn de problemen

Doordat de planten zeer snel een groot wateroppervlak kunnen bedekken, vormen ze een potentieel probleem. De waterafvoer kan door de enorme plantenmassa ernstig worden gestremd. Bij een piekafvoer kunnen de planten daarbij losraken en zich ophopen bij bruggen, dammen, gemalen en dergelijke. De krachten die daardoor op deze objecten worden uitgeoefend kunnen erg groot zijn. Door afsluiting van het wateroppervlak kan zuurstofloosheid en dus vissterfte optreden. Wanneer het water helemaal dichtgroeit, vormt dat ook een probleem voor recreanten als hengelaars en kanovaarders.

Wat kunt u doen

Gooi nooit vijverplanten in het oppervlaktewater. Bel wanneer u de Grote Waternavel ergens aantreft meteen het waterschap. Het is van groot belang dat de plant zo snel mogelijk met wortel en stok wordt verwijderd. Eventueel achterblijvende plantenresten kunnen het groeiproces weer opstarten. Daarom moet de plant door deskundigen worden verwijderd, begin daar dus niet zelf aan.

Hoe is de Grote Waternavel te herkennen

De Grote Waternavel wordt vaak te laat herkend. Er is namelijk ook een soort die wel van nature in Nederland voorkomt, de Gewone Waternavel (Hydrocotyle vulgaris).

Toch is de Grote waternavel niet zo moeilijk te onderscheiden van andere soorten waterplanten. Door zijn grootte en groeiwijze is het een behoorlijk markante verschijning. De bladeren lijken min of meer rond (diameter 4 tot 10 cm) maar bestaan eigenlijk uit vijf lobben, waarbij het blad aan één kant diep is ingesneden tot aan de bladsteel. Hoewel de Grote en de Gewone waternavel op het eerste gezicht veel gelijkenis vertonen, zijn de bladeren van onze inheemse soort rond, kleiner en niet ingesneden. Bovendien groeit dit type alleen op het land of op drassige bodems en niet in het water.

Grote waternavel (JPG: 52 Kb)Grote waternavel (JPG: 18 Kb)

Kenmerken van de Grote Waternavel

  • De planten beginnen vanaf eind mei te groeien; de sterkste groei is in juli-augustus, maar de groei kan tot in oktober doorgaan .
  • In mei/juni drijven de eerste bladeren op het water
  • Na een sterke ontwikkeling vanaf juli steken de bladeren zo'n 10-30 cm boven water uit
  • In het najaar drijven reeds de bladeren van nieuwe stekjes op het water 
  • De stengels, tot meer dan 0,5 cm dik, kruipen over de grond en over of net onder het wateroppervlak
  • Op de knopen van de stengels zit bij elk blad een bosje wortels, die meer dan 5 cm lang worden
  • Bloemen worden zelden waargenomen; degenen die er zijn, zijn relatief klein en grauwwit
  • De planten vormen drijftillen: ze koloniseren vanuit de oeverlijn het wateroppervlak en vormen een soort dekens over het water. Het eerste jaar ontstaan een soort halve cirkels rond de plaats op de oever waar de plant zich heeft gevestigd. In ondiep water ontstaan verder van de kant ook wel hele cirkels
  • In zachte winters kunnen de planten langs de oevers ook in de winter groen blijven

Paginafuncties

Logo waterschap Peel en Maasvallei
Naar boven