Voor al uw vragen:
Team Vergunningen
Tel 077-3891185
E-mail vergunningen@wpm.nl
Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Het waterschap heeft daardoor een nieuwe Keur moeten vaststellen (Keur 2009) en de provincie een nieuwe Waterverordening.
Op deze pagina is de nieuwe regelgeving op het gebied van water, zoals die per 22 december 2009 geldt, kort toegelicht.
De Keur 2009 van het waterschap Peel en MaasvalleiIn de nieuwe keur zijn naast begripsomschrijvingen en overgangsbepalingen, ge- en verbodsbepalingen opgenomen ten aanzien van het gebruik van oppervlaktewaterlichamen (de watergangen), de waterkeringen en grondwater. Ook geeft de Keur het dagelijks bestuur van het waterschap de bevoegdheid tot het vaststellen van algemene regels.
In algemene regels kan worden opgenomen dat voor bepaalde handelingen geen vergunning nodig is. Daarbij kan een meldingsplicht gelden. Indien voor een handeling geen vergunning nodig is, dan dienen de voorschriften die in de algemene regels zijn opgenomen nageleefd te worden.
Het waterschap wil zoveel mogelijk met algemene regels gaan werken en heeft de volgende algemene regels vastgesteld:
Dat wil zeggen dat alleen nog een vergunningplicht zal gelden voor die handelingen en werken waarvoor een individuele beoordeling, gelet op het belang van het waterschap, nodig is. Dit zal vooral aan de orde zijn bij handelingen en werken die in en bij waterkeringen plaatsvinden (zie tekst onder het kopje “Algemene toetsingscriteria waterstaatswerken en grondwater”).
Door het verminderen van het aantal gevallen waarvoor een vergunning moet worden aangevraagd, draagt het waterschap bij aan het verminderen van administratieve lasten voor burgers en bedrijven.
Ook in een aantal Algemene maatregelen van bestuur zijn meldingsplichten opgenomen voor bepaalde activiteiten. Voor de landbouw zijn dit met name het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij en het Besluit glastuinbouw. Voor andere bedrijven is met name het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (ook wel bekend als het Activiteitenbesluit) van belang. De tekst van deze besluiten kunt u vinden op www.overheid.nl.
Het dagelijks bestuur kan op grond van de Algemene wet bestuursrecht beleidsregels vaststellen voor die onderwerpen waarvoor een vergunningplicht blijft gelden. In de beleidsregels geeft het waterschap aan op welke wijze aanvragen beoordeeld zullen worden en welke criteria daarbij een rol spelen. Beleidsregels bieden een initiatiefnemer het voordeel dat op voorhand kan worden beoordeeld of een initiatief wel of niet haalbaar is en waarmee hij rekening moet houden. Hiermee kunnen onnodige kosten voorkomen worden.
Beleidsregels zijn vooral opgesteld voor handelingen en werken in en bij waterkeringen. Ook voor enkele vergunningplichtige handelingen en werken bij oppervlaktewaterlichamen zijn beleidsregels opgesteld.
Een belangrijke verandering ten opzichte van de keur zoals die nu geldt, is dat in de nieuwe keur ook het verbod tot het onttrekken en infiltreren van grondwater is opgenomen (zie hiervoor tekst Waterwet). Daarnaast is een aantal bepalingen over gedoogplichten en schadevergoeding niet opgenomen omdat deze onderwerpen al in de Waterwet zijn geregeld.
Het lijkt alsof de komst van de Waterwet er toe leidt dat alles anders wordt. Dat is niet zo. Het waterschap wil op dit moment niet sleutelen aan de uitgangspunten zoals die nu gelden voor het plaatsen van wateren op de legger. Het onderscheid tussen primaire wateren, secundaire wateren in onderhoud bij het waterschap en secundaire wateren in onderhoud bij derden blijft bestaan.
Ook de legger zelf zal op dit moment nog niet aangepast worden aan de nieuwe regelgeving. Dit zal in de komende jaren plaatsvinden. De Waterwet schrijft voor dat de ligging, vorm, afmeting en constructie van een waterstaatswerk in de legger moet worden opgenomen. De provincie kan vrijstelling van deze verplichting geven wanneer opname op de legger gelet op de aard en omvang van het waterstaatswerk niet nodig is. Zolang de legger niet is aangepast kan de huidige legger blijven gelden.
In deze algemene toetsingscriteria (die door het Algemeen Bestuur op 16 december 2009 zijn vastgesteld) is een viertal algemene uitgangspunten geformuleerd, die aan de basis liggen voor de wijze waarop het waterschap toepassing en invulling geeft aan zijn regelgevende bevoegdheid met het oog op het beheer van het watersysteem (watergangen en grondwater) en de bescherming tegen wateroverlast (waterkeringen).
Deze uitgangspunten zijn de basis voor zowel de inrichting van de keur, als voor de invulling van de in de keur opgenomen verboden en geboden. De uitgangspunten worden verder uitgewerkt naar waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen en grondwater.
De Waterwet komt in de plaats van een 8-tal wetten met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo), de Grondwaterwet (Gww) en de Wet op de waterhuishouding (Wwh).
Met de komst van de Waterwet komt er één integrale watervergunning. Deze integrale watervergunning komt in de plaats van de verschillende vergunningen die we nu kennen: de Wvo-vergunning voor het lozen van schadelijke en verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater, de Gww-vergunning voor het onttrekken van grondwater, de Wwh-vergunning voor de kwantiteitsaspecten van lozen in en onttrekken uit oppervlaktewater. Ook de nu bekende keurvergunning gaat deel uit maken van de integrale watervergunning.
Met de komst van een integrale watervergunning wordt een bijdrage geleverd aan het verminderen van de administratieve lasten voor burgers en bedrijven.
Een belangrijke verandering als gevolg van de Waterwet is de overgang van de bevoegdheid voor (het merendeel van) de grondwatervergunningverlening van de provincie naar het waterschap. Hiermee wordt de situatie zoals die in Limburg al sinds 2005 bestaat ook in de rest van ons land ingevoerd.
Het Waterbesluit is een algemene maatregel van bestuur die een aantal zaken uit de Waterwet nader uitwerkt. Bijvoorbeeld de toedeling van beheer over waterstaatwerken, uitwerking vergunningplichten voor werken van Rijkswaterstaat, etc.
De Waterregeling is een ministeriële regeling die nadere invulling en uitwerking geeft aan het Waterbesluit. De Waterregeling bevat zaken over bijvoorbeeld het aanvragen van vergunningen en bevat kaarten waarop de begrenzing van de waterstaatswerken van het Rijk zijn aangegeven.
Zowel de Waterwet als het Waterbesluit en de Waterregeling zijn op 22 december 2009 in werking getreden.
Nadere informatie over deze landelijke regels is beschikbaar op www.waterwet.nl en via www.overheid.nl.
De Waterwet schrijft ook een provinciale Waterverordening voor. Hierin worden onder andere normen opgenomen voor waterkeringen en voor de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren. Ook worden procedurele regels opgenomen voor het op te stellen regionaal waterplan (provinciaal Waterhuishoudingsplan) en voor het beheerplan van het waterschap.
De provinciale waterverordening Limburg is vastgesteld op 20 november 2009 en is op 22 december 2009 in werking getreden. De tekst van de provinciale Waterverordening is in te zien op de site van de provincie: www.limburg.nl.
